"We moeten de economie niet kapot bezuinigen." Deze nieuwe economische waarheid klinkt de afgelopen weken van links en rechts.
De SP belooft in het verkiezingsprogramma de toch al niet zo ambitieuze bezuinigingsoperatie van de partij te "temporiseren" zodra het economische herstel stokt. PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer zei op het partijcongres: "Iedere cent die we nu minder uitgeven, betekent verlies van banen".
Ook het CDA wil "de economie niet kapot bezuinigen". Terwijl D66 wenst te voorkomen dat "het economische herstel in de knop wordt gebroken".
Dubbele dip
De partijen zijn bang dat ze met te veel en te snel snijden in de begroting het prille herstel van de economie de grond in boren. Te hard ingrijpen zou een tweede recessie veroorzaken, een W-vormige conjunctuur, een dubbele dip.
Dat klinkt misschien logisch. Maar de angstige politici vergeten dat er naast begrotingsbeleid ook monetair beleid is. Niet alleen de overheid draait aan de knoppen van de conjunctuur, de Europese Centrale Bank (ECB) stuurt mee.
Ambtenaren of ondernemers
Wat de ministers van Financiën van de eurolanden doen, zal de komende tijd direct invloed hebben op het rentebeleid van de Europese Centrale Bank. De keuze is daarom niet tussen een hoog begrotingstekort of een nieuwe recessie, maar tussen hoge rente of lage rente van de ECB. Het is een keuze tussen overheidsuitgaven of bedrijfsinvesteringen, tussen ambtenaren of ondernemers.
Het mechanisme werkt als volgt. Stel dat de eurolanden allemaal besluiten, net als een deel van de Nederlandse politiek, dat het gevaarlijk is om nu de tekorten weg te werken, omdat we het herstel niet mogen kapot bezuinigen. De overheden blijven dan de economie stimuleren, en het economische herstel zet stevig door. De werkloosheid loopt niet verder op en de overcapaciteit bij bedrijven neemt af.
Ongekend ruim beleid ECB
Het logische gevolg van deze op zich gunstige ontwikkeling is inflatie. Het monetaire beleid van de ECB is al twee jaar lang ongekend ruim. De rente is historisch laag en de ECB heeft de geldkraan wijd opengezet om de financiële sector en de Europese economie te redden. Zodra de economie serieus aantrekt dreigt dat beleid in hoge inflatie te ontsporen.
De monetaire beleidsmakers in Frankfurt zitten dan ook met de hand aan de knop om bij de eerste tekenen van loon- en prijsstijgingen het uitzonderlijke ruime monetaire beleid te verkrappen. De rente gaat dan in snelle stappen omhoog naar een normaal niveau. Banken zullen hun kredietverlening beperken en bedrijven worden voorzichtiger met investeren.
De publieke economie floreert, terwijl de particuliere economie het juist zwaar krijgt. Wat de overheid extra uitgeeft, zal de particuliere sector moeten bezuinigen. De hoge rente dwingt bedrijven en consumenten daartoe.
Wat later gaat ook de overheid lijden onder de gestegen rente. Lenen wordt duurder en de tekorten lopen alleen daardoor al verder op. Bezuinigen kan nog steeds niet, want de particuliere sector kan bij de hogere rente de rol van de overheid als economische motor niet overnemen. De overheid is een banenmachine geworden waar we niet meer zonder kunnen
Rente kunstmatig laag houden
Een rampzalig scenario. Maar gelukkig kan het ook anders. Als overheden tijdig rigoureus bezuinigen, hoeft de ECB de rente niet te verhogen. Het terugdringen van de tekorten houdt ook lonen en prijzen onder druk. In Frankfurt kunnen ze langer doorgaan met het monetair stimuleren van de economie. De rente kan tot diep in 2011 kunstmatig laag worden gehouden
Europese bedrijven profiteren hiervan. De werkgelegenheid in de particuliere sector trekt aan. Terwijl de overheid bezuinigt krijgen ondernemers en consumenten juist weer wat lucht.
Dat is de keuze die beleidsmakers nu moeten maken: een economie die groeit doordat de overheid zich al dieper in de schulden steekt, of een economie die groeit doordat bedrijven investeren.
Keuze in jaren tachtig
In de jaren tachtig deden we het op de eerste manier. De inflatie was na twee oliecrises totaal uit de hand gelopen, dus centrale banken verhoogden de rente. De recessie die daarvan het gevolg was werd bestreden met grote tekorten op de overheidsbegroting. Het leidde tot niets.
In de jaren negentig deden we het precies andersom. Terwijl overheden bezuinigden, konden centrale banken de teugels laten vieren. De uitkomst: lagere tekorten, hogere groei, meer werkgelegenheid.
De keuze lijkt me duidelijk.
Lees ook:


