Van der Hoeven baseert haar uitspraak op een maandag gepubliceerd rapport over de economische betekenis van sport in Nederland. Dit rapport dient als input voor een nog door het NOC-NSF te maken haalbaarheidsstudie voor het binnenhalen van de Olympische Spelen van 2028. Dit laatste rapport is er dus nog niet. Toch lijkt de conclusie al vast te staan.

Niet zo raar als je naar studies naar de te verwachte economische impact van eerdere grote sportevenementen kijkt. Deze spiegelen de organiserende stad vaak opbrengsten voor die in de miljarden lopen. Studies die achteraf kijken naar het werkelijke effect wijzen er echter steevast op dat de evenementen geen aantoonbaar positief effect op de economie hebben gehad, zo schreef Jeffrey Owen, verbonden aan de Indiana State University Terre Haute al in 2005.

Volgens Owen komt dit doordat de haalbaarheidsstudies vaak aan alle kanten rammelen. Ze rekenen een stadion dat honderd miljoen euro kost bijvoorbeeld één op één door als honderd miljoen die ten goede komt aan de lokale economie. Dit is in feite een cirkelredenering. Je kunt er niet zomaar vanuit gaan dat iets wat honderd miljoen kost ook zoveel zal opleveren. Om de werkelijke opbrengst te bekijken moet je kijken wat het rendement van een investering zal zijn gedurende zijn hele levensduur. Wat is dus de komende dertig jaar de totale inkomstenstroom naar aanleiding van dit stadion?

Een andere veel gemaakte fout die Owen aanstipt is, dat er niet gekeken wordt naar de potentiële opbrengst van alternatieve investeringen. Bouw je geen mooi nieuw stadion, dan kun je op die plek bijvoorbeeld een megabejaardenhuis bouwen. Misschien is dit wel veel beter voor de economie en is het bouwen van een stadion dus niet de beste keuze.

Zo zijn er nog een aantal zaken. De praktijk lijkt Owen gelijk te geven. Hij heeft gekeken naar de werkelijke economische effecten van de Zomerspelen in Atlanta in 1996, de Winterspelen in Salt Lake City in 2002 en de Zomerspelen in Sydney in 2000. Deze laten allen te wensen over.

Veel hangt af van wat er na de Spelen met de nieuwe infrastructuur, nieuwe stadions en het Olympische dorp gebeurt. In Atlanta was er na de Spelen nauwelijks nog behoefte aan de schietbaan, de roeibaan en de paardenpiste. Het Olympisch Stadion is nu de thuisbasis van de honkballers van de Atlanta Braves. Maar het stadion is niet de goudmijn geworden die het zou worden. Er moet nog altijd subsidie bij.

Goed, Feyenoord zegt een toekomstige Megakuip waar 100.000 mensen in passen vol te krijgen. Maar is dit zo? En is er in Nederland behoefte aan meer van zulke megastadions?

Een ander idee is het receyclen van stadions. In Londen waar in 2012 de Spelen plaatsvinden zijn de geraamde kosten al ver overschreden. Er gaan daarom stemmen op het Olympisch stadion na gebruik af te breken en door te passen naar de volgende stad die het evenement organiseert.

Amsterdam organiseerde de Spelen van 1928. Natuurlijk zou het mooi zijn als de Spelen honderd jaar later weer in Nederland zouden plaatsvinden, maar misschien moeten we dat dan vooral doen omdat we dit gewoon heel leuk vinden, zoals sporteconoom Ruud Koning al vaker heeft geoperd, en niet te veel schermen met enorme economische voordelen.

Misschien een idee voor het NOC-NCF ook in de haalbaarheidsstuide mee te nemen wat het organiseren van de Spelen bijdraagt aan het Nederlandse geluk. Uit onderzoek van het Duitse onderzoeksbureau Sport + Markt blijkt dat 55 procent van de Nederlanders geïnteresseerd tot zeer geïnteresseerd is in dit evenement. Zij zouden hier dus wel eens heel blij van kunnen worden.