De eurocrisis bereikt hoogtepunt na hoogtepunt, maar de euro zelf lijkt er nauwelijks onder te lijden. Vorig jaar kreeg je op de valutamarkt 1,36 dollar voor een euro. Vandaag de dag is dat een kleine 1,35 dollar. De paniek op de kapitaalmarkt heeft de valutamarkt nog niet bereikt.
Er zijn economen die het jammer vinden dat de euro zo sterk blijft. Een goedkope euro leidt tot meer export naar landen buiten het eurogebied. Juist nu zou het eurogebied zo’n steuntje in de rug goed kunnen gebruiken, stellen ze.
Handen dichtknijpen
Maar volgens mij mogen we onze handen dichtknijpen, en moeten we bidden dat de euro nog jaren spijkerhard blijft. Zodra de koers van de munt gaat dalen, word ik bang. Zo’n dalende wisselkoers is een teken van kapitaalvlucht uit de eurolanden.
Als Europese en niet-Europese beleggers besluiten dat ze hun geld veiliger buiten de muntunie kunnen stallen, en de kapitaalvlucht uit de euro serieus op gang komt, gaan we dat direct terugzien in een dalende wisselkoers. De eurokoers is onze kanarie in de kolenmijn. Als de kanarie van z’n stokje gaat, is het rennen voor je leven.
Wezensvreemd
Het wezensvreemde van deze crisis is dat de eurolanden zichzelf in principe prima zouden kunnen redden. Anders dan in bijvoorbeeld de VS is er genoeg kapitaal voorhanden om de solvabiliteit van het gebied als geheel te garanderen.
Wat Italianen en Grieken hebben geleend, hebben de Duitsers en Nederlanders opgepot. Het eurogebied zou op financieel gebied een zelfredzaam systeem kunnen zijn. Als Noord-Europa het noodfonds voldoende zou vullen met de overschotten van het afgelopen decennia, was Zuid-Europa uit de brand. Maar daarvoor ontbreekt de politieke wil.
Hoge nood
Misschien dat die wil ontstaat als de nood hoog genoeg is. Dat zou kunnen, maar waarschijnlijk is het dan al te laat. De vlucht van kapitaal uit de probleemlanden van het eurogebied was tot nu toe vooral een vlucht van zwakke naar sterke eurolanden. Wat er af ging in het zuiden, kwam er bij in het noorden. Als de Spaanse en Italiaanse rente steeg, ging die van Duitsland en Nederland juist omlaag.
In augustus en september stroomde er volgens berekeningen van de Bundesbank en de Banca d’Italia voor maar liefst 80 miljard euro aan kapitaal uit Italië. Waarschijnlijk vond een flink deel van dat geld een veilige haven in een ander, noordelijk euroland.
Nederlandse rente omhoog
Maar naarmate de twijfel over het overleven van de monetaire unie toeneemt, groeit ook de twijfel of het eurogebied als een gesloten systeem kan blijven functioneren. Deze week zagen we dat de kapitaalmarkten risico beginnen in te prijzen voor de leningen aan robuuste eurolanden als Finland en Oostenrijk. Ook de Nederlandse rente ging omhoog.
Het moment waarop de kapitaalvlucht uit probleemlanden overgaat in een kapitaalvlucht uit het eurogebied als geheel, nadert onverbiddelijk. Op dat moment is het einde spel voor de euro. Dan loopt het eurogebied leeg en kunnen zelfs de Duitsers de euro niet meer redden.
Wanneer is dat punt bereikt? Dat is moeilijk te voorspellen. Kapitaalvlucht gaat plotseling en heeft niet zelden een triviale aanleiding. Maar iedereen die de euro aan het hart gaat, luistert met de oren gespitst of de 'Grote Slurp' al te horen is; of het geluid van miljarden en miljarden euro’s aan beleggingen die in één lange, krachtige hijs uit het eurogebied worden weggezogen, al klinkt.
Geen cent meer
De euro wordt dan gedumpt, de wisselkoers schiet omlaag. Fijn voor exporteurs? Helaas, ze hebben geen cent meer om investeren en zo van die lage koers te profiteren.
Valt de Grote Slurp nog te vermijden? Jazeker, maar er is niet veel tijd meer. De Europese politici moeten met grote spoed de kapitaalvlucht voorkomen door het noodfonds fors te vergroten. Ditmaal met echt geld graag, niet met flauwe garanties en de vage hoop dat de Chinezen het ontbrekende geld bijleggen.
Lees ook:
Rentepaniek: allemaal naar Duitsland
'Heimwee naar gulden afgenomen'


