Afgelopen december pompte de Europese Centrale Bank (ECB) 489 miljard euro in het banksysteem door ongelimiteerd goedkope leningen met een looptijd van drie jaar aan te bieden. Dit tegen een rente van één procent.
Een tweede ronde van driejarige financiering door de ECB staat eind februari op stapel. Maar banken zijn niet de enige die staan te trappelen. Ook autobouwers, die via financieringsmaatschappijen eigen bankdochters hebben, overwegen mee te doen.
VW en Peugeot
Zo kijkt Volkswagen serieus naar de nieuwe leenronde van de ECB, meldt zakenkrant The Financial Times vrijdag. Directeur Stefan Rolf van Volkswagen Financial Services ziet lenen via de ECB als een interessante extra financieringsmogelijkheid.
Ook Peugeot-Citroën heeft aangegeven dat financieringstak Banque PSA in gesprek is met de ECB. BMW, dat ook een bankdochter heeft, wilde geen commentaar geven en Renault heeft geen plannen om een beroep te doen op de Centrale Bank, aldus de FT.
Europese automarkt
Dat Europese autobouwers alle mogelijkheden aangrijpen om kosten te drukken, is niet vreemd. De overcapaciteit in de productie en een structureel dalende vraag in Europa zorgen voor flinterdunne marges.
De beslissing van de Japanse autofabrikant Mitsubishi om met de productie in de Limburgse Nedcarfabriek te stoppen, die eerder deze maand bekend werd gemaakt, staat dan ook niet op zich.
Afgelopen donderdag meldde het Amerikaanse GM dat zijn Europese dochter Opel over 2011 een verlies van 750 miljoen dollar heeft geleden. Dat is weliswaar minder dan de twee miljard dollar verlies van een jaar eerder, maar duidt niet op een gezonde bedrijfsvoering. Volgens het Duitse weekblad Der Spiegel is Opel verworden tot een 'zombieconcern' waarmee GM danig in de maag zit.
Zwakke broeders
Met name fabrikanten die sterk op de Europese markt leunen, hebben het zwaar. Naast Opel zijn dat vooral Peugeot en Fiat. De Europese autoverkopen namen afgelopen jaar met 7 procent af, waarbij vooral Zuid-Europese landen forse dalingen lieten zien, onder meer in Italië (minus 11 procent) en Spanje (minus 18 procent).
Uit een artikel van weekblad The Economist , in de editie van deze week, blijkt dat er op merkniveau een tweedeling tussen sterke en zwakke broeders is ontstaan in Europa. Fiat, Peugeot, Opel en Mercedes kampten afgelopen jaar met stagnerende verkopen. Het Koreaanse Hyundai, Volkswagen en BMW (inclusief de Mini) wisten daarentegen meer auto's te verkopen in een dalende markt.
De enige structurele oplossing lijkt een verdere reductie in van het aantal autofabrieken in Europa, al ligt dit politiek vaak zeer gevoelig. Uit cijfers van dataspecialist IHS, die The Economist aanhaalt, blijkt dat er afgelopen jaar zo'n 20 miljoen auto's in Europa werden geproduceerd, op een productiecapaciteit van 25,5 miljoen. IHS rekent op een verdere daling van de benuttingsgraad van fabrieken, van 79 procent in 2011 tot 70 procent dit jaar.
Lees ook:
Nederland moet geen auto's willen bouwen


