Dit blijkt uit de woensdag gepubliceerde Emancipatiemonitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze monitor verschijnt iedere twee jaar.
Het kabinet heeft zichzelf tot doel gesteld dat in 2010, 65 procent van de vrouwen een baan heeft van tenminste 12 uur in de week. Maar iemand geldt pas als economisch zelfstandig als hij 70 procent van het minimumloon verdient, dat is momenteel bijna 900 euro per maand. Mensen zonder werk zijn dit dus per definitie niet en personen met een kleine deeltijdbaan evenmin.
Na een aantal jaren van stagnatie zijn er in Nederland wel weer meer vrouwen aan de slag gegaan. De arbeidsparticipatie van vrouwen steeg van 53 procent in 2005 tot 57 procent in 2007.
Streefcijfer niet gehaald
Zelfs als deze toename van de arbeidsdeelname van vrouwen in hetzelfde tempo doorgaat, dan nog wordt het streefcijfer van 65 procent niet gehaald, zo staat er in de Emancipatiemonitor te lezen.
Dat toename van de arbeidsparticipatie in hetzelfde tempo doorgaat is overigens onwaarschijnlijk omdat hij mede veroorzaakt werd de gunstige economische situatie in 2006 en 2007.
Nauwelijks meer uren aan de slag
De arbeidsparticipatie van vrouwen neemt toe als er meer vrouwen aan de slag gaan of als zij die al werken meer uren gaan werken. De afgelopen jaren zijn er wel meer vrouwen in een baan begonnen, maar zijn degenen die al parttime werkten maar mondjesmaat meer gaan werken, zo blijkt uit de Emancipatiemonitor. Om dit laatste punt te tackelen is vorig jaar overigens al de Taskforce DeeltijdPlus onder leiding van Pia Dijkstra geïnstalleerd. Vrouwen werken in Nederland gemiddeld 24,8 uur per week.
Hoewel de arbeidsparticipatie van vrouwen na een aantal jaren van stagnatie, de laatste jaren dus wel weer toenam, werden er maar nauwelijks meer economisch zelfstandig. Volgens het SCP en het CBS zou dit kunnen komen doordat vooral meer vrouwen met een MBO-opleiding aan de slag zijn gegaan. Omdat zij minder verdienen dan hoger opgeleide seksegenoten, leidt aan het werk gaan bij hen minder snel tot economische zelfstandigheid.
Economisch zelfstandig
In 2006 ging 42 procent van de vrouwen tussen de 15 en 65 door als economisch zelfstandig. Dat is één procentpunt meer dan in 2004. Als deze ontwikkeling zich doorzet zal het streefcijfer van het kabinet dat in 2010 60 procent van de vrouwen economisch zelfstandig moet zijn, volgens de Emancipatiemonitor niet worden gehaald.
De economische zelfstandigheid van mannen daalde de afgelopen jaren licht, tot 68 procent.
Marginale druk
Dat veel vrouwen te weinig verdienen om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, komt doordat zij als ze werken dat vaak in deeltijd doen. Een hobbel om meer te gaan werken wordt gevormd door de zogenoemde marginale druk. Dit is het verschijnsel dat een gezin netto vaak weinig extra overhoudt als de vrouw meer gaat werken, omdat de huur- en de zorgtoeslag dan afnemen en er nieuwe kosten voor kinderopvang bij komen.
Als het inkomen dat de vrouw verdient net genoeg is om de kinderopvang van te betalen, vindt bijna de helft van de Nederlanders dat zij dan beter zelf thuis kan blijven om voor de kinderen te zorgen.
Een andere oorzaak voor de lagere economische zelfstandigheid van vrouwen, is dat zij minder verdienen dan mannen.


