De wereld is in de twintigste eeuw drie keer opgeschrikt door een wereldwijde epidemie van een infectieziekte, ook wel pandemie genoemd.

De eerste was de Spaanse Griep in 1918 en 1919, de tweede was de Aziatische griep in 1957 en de derde de Hong Kong griep in 1968 en 1969.

Aan de hand van deze pandemieën hebben onderzoekers verbonden aan het Het Lowy Institute for International Policy in Sydney bekeken wat de impact van een wereldwijde griepepidemie op de wereldeconomie kan zijn.

Drie scenario's
In hun modellen gaan ze uit uit van drie scenario's, namelijk een milde variant (naar voorbeeld van de Hong Kong Griep), een gemiddelde variant (Aziatische griep) en een ernstige variant (Spaanse Griep).

De Wereldbank heeft op basis van deze cijfers berekend wat de impact van een grieppandemie op de economische groei zou kunnen zijn.

Op wereldschaal zou een milde pandemie, die zo'n 1,4 miljoen mensen het leven kost, de economische groei met 0,7 procentpunt drukken, een ernstige variant (met 71,1 miljoen doden) zou de groei met 4,8 procentpunt drukken.

Afwezigheid
In een andere simulatie heeft de Wereldbank gekeken hoe een ernstige griepuitbraak de economie raakt. Wat blijkt? Slechts 12 procent van de totale impact op de economische groei is te wijten aan de sterfgevallen. Een kleine 30 procent is het gevolg van ziekte en afwezigheid van bijvoorbeeld mensen op hun werk.

De economie blijkt vooral last te hebben van alle pogingen van mensen om infectie te voorkomen. 60 Procent van de negatieve gevolgen is het gevolg van het mijden van plaatsen en reizen.

Toerisme stort in
Om besmetting te voorkomen, laten mensen van alles. Ze nemen minder vaak het vliegtuig omdat ze niet in een kleine afgesloten ruimte willen zitten met veel anderen. Hetzelfde geldt voor de trein. Mensen mijden gebieden waar de ziekte al de kop op heeft gestoken. Het toerisme die kant op, stort dus in.

Daarnaast gaan mensen ook minder vaak naar restaurants en mijden ze andere drukken plekken als winkelcentra en bioscopen. De mate waarin men dit doet is natuurlijk moeilijk te voorspellen, aldus de Wereldbank. In de berekening is uitgegaan van een daling van 20 procent.

Longziekte Sars
In een rapport over de longziekte Sars borduurt de Wereldbank voort op deze bevinding. Anders dan bij de Spaanse, de Aziatische en de Hong Kong griep - waar miljoenen mensen aan stierven - telde Wereldgezondheidsorganisatie WHO in 2003 wereldwijd 8.096 waarschijnlijke gevallen van Sars, die uiteindelijk resulteerde in 'slechts' 774 doden. Toch waren de economische effecten groot, vooral in China, Hongkong, Taiwan en Singapore - de landen waar Sars het meeste voorkwam.

Toeristische trekpleisters, tentoonstellingen, en duurdere hotels in Beijing meldden omzetdalingen zo'n 80 procent in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. Reisbureaus, luchtvaartmaatschappijen, de spoorwegen, restaurants, winkels en taximaatschappijen rapporteerden omzetdalingen tussen de 10 en 50 procent.

In totaal zou de economische groei in China hierdoor over heel 2003 zo'n 0,5 procentpunt lager zijn uitgekomen. Ook de economieën van de andere Aziatische voelden de gevolgen van Sars.

Ontwikkeling zonder uitbraak?
Uiteraard weet je nooit zeker hoeveel de economieën zich hadden ontwikkeld als Sars niet was opgedoken, schrijft de Wereldbank. Maar het punt dat de instelling wil maken, is dat het bruto binnenlands product in de vier landen bij elkaar als gevolg van Sars naar schatting 13 miljard dollar lager uitkwam. Hiermee was de economische impact van Sars veel groter dan je op basis van het feit dat er 'slechts' een kleine 800 mensen aan dood gingen, zou verwachten.

Lastig is, dat je evenmin weet hoeveel het gedrag van mensen bepaalde plekken te mijden, geholpen heeft om de ziekte relatief klein te houden. De enige duidelijke conclusie lijkt te zijn, dat ook een relatief kleine uitbraak van een besmettelijke ziekte, grote economische gevolgen kan hebben.