Zo wil Donner voorkomen dat een te groot beroep op de steun wordt gedaan en noodzakelijke reorganisaties bij ondernemingen worden uitgesteld. Dat blijkt uit een voorstel dat de minister woensdag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. De deeltijd-WW is voor "in potentie gezonde bedrijven'' om vakkrachten te behouden die nodig zijn om de aantrekkende vraag aan te kunnen bij een herstel van de economie.

Op
Vorige week ontstond ophef in de Kamer toen de minister de regeling plots opschortte. De beschikbare 375 miljoen euro was al binnen drie maanden op, omdat de meeste bedrijven het merendeel van hun personeel met behulp van de WW minder willen laten werken. Werkgevers en vakbonden willen voortzetting van de regeling.

De minister stelt nu voor dat werkgevers die meer dan 60 procent van hun personeel in de deeltijd-WW stoppen, maar maximaal negen maanden een beroep kunnen doen op de steun in plaats van de huidige vijftien maanden. Bedrijven die minder dan 30 procent van hun werknemers in de regeling laten belanden, kunnen wel vijftien maanden krijgen. Bij 30 tot 60 procent van het personeel, geldt hooguit een jaar.

Debat
In de Kamer is donderdag een debat gepland over de regeling. Vorige week werd al duidelijk dat er ruimte is om het budget aan te vullen tot 550 miljoen euro, omdat door de crisismaatregel minder mensen in de 'gewone' WW belanden. Of dit genoeg is om de deeltijd-WW de rest van het jaar beperkt voort te zetten, kan Donner niet garanderen.

Nu zitten ongeveer 40.000 werknemers in de deeltijd-WW. Als de regeling zonder beperkingen wordt doorgezet, belanden eind dit jaar 100.000 werknemers in de regeling en lopen de totale kosten op tot ruim 1,3 miljard euro.

Minder instroom gewone WW
De ongewijzigde regeling zorgt ook wel voor meer besparingen op de instroom in de 'gewone' WW. Maar dan nog moet Donner 400 miljoen euro op zijn begroting vinden. In deze tijden van recessie kan dat volgens hem niet zonder te bezuinigen op iets anders.