Volgens het Deutschen Institüt fur Wirtschaftforschung (DIW) zijn de afgelopen jaren 5 miljoen Duitsers uit de middenklasse verdwenen en grotendeels terecht gekomen in de lagere inkomensklasse.
Slechts een klein deel kwam in de hoogste inkomensregionen terecht.
Daarmee kromp de Duitse middenklasse van 62 procent van de totale bevolking in 2000 tot 54 procent in 2006. In absolute getallen daalde het aantal middenklassers van 49 miljoen naar 44 miljoen Duitsers.
Direct wezen vakbonden en commentatoren in Duitse media de globalisering aan als schuldige. Maar dat zou in principe moeten betekenen dat ook in Nederland de middenklasse moet zijn gekrompen.
Niets is minder waar. Sterker nog, uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat tussen 2000 en 2005 de ontwikkelingen in de hogere-, midden- en lagere inkomensklassen ongeveer gelijk bleven.
De groep middeninkomens groeide zelfs, van 7,9 miljoen mensen in 2000 naar 8,1 miljoen aan het eind van 2005. Het Centraal Plan Bureau gaat daarbij voor 2007 uit van 30,000 euro als bruto modaal inkomen.
In België zijn de ontwikkelingen niet heel veel anders dan in Nederland.
Volgens een woordvoerder van het CBS volgen de inkomensgroepen in Nederland al jaren dezelfde ontwikkeling. Het aantal mensen in de drie inkomenscategoriën neemt alleen maar toe als gevolg van de bevolkingsgroei.
De problemen lijken minder te maken te hebben met de globalisering dan met de manier waarop Duitsland voorbereid was op de komst van die globalisering.
Hoogleraar Duitslandkunde Ton Nijhuis stelt dat de structureel hoge werkloosheid in Duitsland al enkele jaren de loonontwikkeling drukt.
Aangezien er in Duitsland geen algemeen bindend mininumloon bestaat, kunnen de lonen in bepaalde gebieden - zoals in het oosten van Duitsland - veel lager uitvallen.
Dat leidt tot negatieve effecten in de inkomensstatistieken; mensen komen al snel in de lagere inkomensschalen terecht.
In Nederland zijn de werkloosheidscijfers de afgelopen jaren veel lager geweest dan in Duitsland. Schommelden de percentages hier tussen de 1,5 en hooguit 3,5 procent, in Duitsland is het 7 tot 10 procent.
Door de lage werkloosheid en zelfs het tekort aan arbeidskrachten in bepaalde segmenten stegen in de meeste sectoren de lonen.
Dit alles, gekoppeld aan relatief beperkte prijsstijgingen, zorgt ervoor dat "Nederlandse middenklassers het behoorlijk goed hebben" vergeleken met de oosterburen, stelt Nijhuis.
Anders gezegd: Nederlanders hebben een grotere kans om door te stromen naar hogere inkomensgroepen dan Duitsers op dit moment. Al hangt dat ook weer af van waar je woont, stelt Nijhuis.
"Dat Duitse onderzoek bestrijkt heel Duitsland, dus ook de gebieden van de voormalige DDR, waar de werkloosheid hoog is en de loonontwikkeling laag. Als dit onderzoek beperkt was gebleven tot het Rührgebied, of het zuiden van het land, dan waren de statistieken positiever geweest over de Duitse middenklasse."


