Dat meldde het Centraal Planbureau (CPB) dinsdag naar aanleiding van een studie over een rookverbod in de horeca.
Minister Ab Klink van Volksgezondheid wil per één juli dit jaar een rookverbod in de horeca invoeren.
Bij afweging van alle baten en kosten van een rookverbod komt het CPB per saldo op een maatschappelijke winst van 76,3 miljoen euro.
Het belangrijkste voordeel zit bij de afnemende gezondheidsschade voor horecawerknemers. Hogere lasten voor pensioen, de aow en ziektekosten als gevolg van de extra levensjaren wegen daar niet tegen op. In het basismodel stelt het CPB de waarde van een gezond levensjaar op 100 duizend euro.
Horecamedewerkers roken meer dan gemiddeld. In 2005 rookte 27,7 procent van de Nederlanders van vijftien jaar en ouder. In de horeca rookte 39 procent van de werknemers dagelijks en zeven procent af en toe, aldus het CPB.
Door een rookverbod leven mannelijke medewerkers in de horeca die roken, gemiddeld een half jaar langer. Voor niet-rokende mannen is de levenswinst 0,2 jaar. Bij vrouwen ligt de toename in de levensverwachting iets lager.
Cafés en bars zullen volgens het CPB meer schade ondervinden van een rookverbod dan restaurants, die mogelijk een voordeel hebben omdat veel mensen graag rookvrij eten.
Per saldo schat het CPB dat het rookverbod in de horeca een omzetdaling van vier procent teweeg brengt in cafés en soortgelijke horecagelegenheden. Dit komt neer op een verlies van circa 1.300 fulltime banen in de sector.
De tabaksindustrie heeft weinig te duchten. Door een rookverbod in de horeca treedt volgens het CPB geen algemene verandering op in het rookgedrag.
Het Planbureau schat dat de afname van het aantal gerookte eenheden tabak bij horecamedewerkers leidt tot een daling van 0,38 procent in de totale tabaksconsumptie. Dit heeft geen gevolgen voor de werkgelegenheid in de tabaksindustrie.


