Het CPB richt zich in zijn nieuwe vooruitkijkende studie die dinsdag werd gepresenteerd op de stad als plek van innovatie. Steden hebben een voortrekkersrol als aanjagers voor de economie. Het CPB heeft het in het rapport nauwelijks of niet over de gebieden buiten de steden, anders dan dat die grotendeels ten dienste staan van die steden.

De steden kunnen volgens het CPB vier kanten uit, afhankelijk van hoe de overheid de steden wil ontwikkelen, en wat die overheid wil bereiken. Het planbureau spreekt geen voorkeur uit voor een van de mogelijkheden. Ze hebben allemaal voor- en nadelen.

Metropolitan markets
Bij ongewijzigd beleid zullen de steden gaan lijken op wat het CPB ‘metropolitan markets’ noemt, oftewel agglomeraties waar grote bedrijven en mensen naartoe trekken, ten koste van de periferie, oftewel de gebieden buiten bijvoorbeeld de Randstad. Deze ontwikkeling maakt Nederland nu al door: grote bedrijven verhuizen naar Amsterdam (denk aan Akzo Nobel en Philips) en dat heeft grote gevolgen voor de gebieden die de bedrijven verlaten. Er vindt een ‘brain drain’ plaats: het talent verhuist met de bedrijven mee.

Maar het CPB stelt dat dit scenario uiteindelijk leidt tot grote problemen voor Nederland. Zo’n grote metropool, die volgens het CPB uit miljoenen mensen moet bestaan om als micro-economie zelfvoorzienend te zijn, is in het kleine Nederland eenvoudig niet mogelijk. Uiteindelijk zouden bedrijven kiezen om te vertrekken naar metropolen buiten Nederland, zoals Parijs of Londen.

Talent towns
Lijnrecht tegenover de massale metropolen staan de zogenaamde ‘talentendorpen’, ‘Talent Towns’, die maar enkele honderdduizenden inwoners tellen. Ieder dorp of middelgrote stad herbergt enkele specialisaties, voornamelijk in hoogwaardige technologie. In die grote dorpen wonen mensen met hele hoge, maar ook mensen met hele lage salarissen. De hoge inkomens werken in de creatieve, hoogwaardige technologie-industrie, de lage inkomens in de diensten die geleverd worden aan die hoge inkomens.

Het CPB stelt dat deze talent towns erg productief kunnen zijn, maar voorziet dat de inkomensverschillen enorm zullen zijn, waarbij mensen met de toch al laagste inkomens nog minder zullen gaan verdienen als gevolg van de wereldwijde concurrentie op de laagwaardige diensten (assemblage, et cetera) die zij leveren.

Cosmopolitan centres
Cosmopolitan centres vormen een ‘tussencategorie’ tussen talent towns en metropolitan markets. Eigenlijk is het een uitvergroting van de talent towns, maar dan met 2 tot 8 miljoen inwoners per kern. De centra hebben enkele goed doorontwikkelde, grote specialisaties waar de steden op drijven.

Volgens het CPB zijn deze ‘kosmopolitische centra’ kwetsbaar voor concurrentie op de paar specialisaties die zij bieden. Zodra concurrerende steden dezelfde innovaties kunnen leveren, heeft het Nederlandse cosmopolitan centre een probleem, meent het CPB, want snel omschakelen naar andere productgebieden is lastig.

Egalitarian ecologies
Een andere tussencategorie is volgens het CPB de ‘egalitarian ecology’, oftewel de ‘egalitaire ecologie’, met 100,000 tot 500,000 inwoners. Het CPB denkt dat, doordat bedrijven in dit scenario in de toekomst meer zelfvoorzienend zullen zijn en veel diensten binnen de eigen bedrijfsmuren zullen halen, het niet meer nodig is om leveranciers van diensten op te zoeken in de grote steden. Het CPB voorziet dat in zo’n scenario de grote bedrijven weer weg zullen trekken uit de grote steden en naar de kleine en middelgrote steden zullen gaan.

Bedrijven zullen veel geld kwijt zijn aan het inkopen van diensten en grondstoffen van ver – ze hebben zichzelf immers verwijderd van hun leveranciers – en daarom zullen ze minder geld uitgeven aan lonen, wat zorgt voor lager dan gemiddelde loonstijgingen. Intussen dreigt sociale onrust omdat lager opgeleiden last krijgen van uit het buitenland gehaalde werknemers, die goedkoper zijn en dus aantrekkelijk voor bedrijven om te bezuinigen op loonkosten.

Platteland
Het platteland is hoe dan ook de Sjaak, wil het CPB maar zeggen. Maar voor alles geldt dat de Nederlandse overheid flink moet (blijven) investeren in onderwijs, waarschuwt het instituut. Mensen vormen het kapitaal, de grondstof van de Nederlandse economie, en het CPB stelt dat alleen een sterke creatieve sector kan bijdragen aan een positieve ontwikkeling van de steden.