Dat heeft ook consequenties voor de manier waarop ondernemingen in het land activiteiten kunnen ontplooien. In de eerste plaats omdat het voor bepaalde sectoren niet meer verplicht is om een joint venture te sluiten. Die bedrijven kunnen zich ook vestigen als Wholly Foreign Owned Enterprise (WFOE). Dit betekent dat de hele onderneming in buitenlandse handen is.

De Chinese overheid heeft een aantal sectoren aangewezen waar buitenlandse investeerders vrij in mogen investeren, enkele waarin een joint venture verplicht is, en een aantal waar buitenlandse bedrijven niet in mogen investeren.

Volgens Annette Nijs, directeur van het Europe China business institute aan Nyenrode, zijn de Chinezen de laatste paar jaar zekerder geworden. "Ze zijn van mening dat ze een wereldimperium aan het bouwen zijn, dat de geschiedenis zich herhaalt. Wij zeggen, 'de Chinezen zijn in opkomst', zij hebben het over een terugkomst."

Die nieuwe houding is volgens haar duidelijk terug te zien in het geval van Wahaha, producent van thee, gebotteld water en vruchtensappen. Het Franse voedingsmiddelenbedrijf Danone beschuldigt deze Chinese joint venture-partner ervan, om buiten de overeenkomst om eigen producten op de markt te brengen onder het Wahaha-merk. Iets dat volgens de deal verboden is.

"Wahaha was aanvankelijk de mindere partij in de overeenkomst met Danone, maar dat is veranderd. Het is gegroeid in zijn positie en de mogelijkheden die het als bedrijf heeft. Nu wil Wahaha van het contract af", zegt Nijs.

"De joint ventures zoals die voorheen gesloten werden, hadden veel weg van een gedwongen huwelijk. De onderhandelingspositie als buitenlands bedrijf was niet heel sterk, en je partner wist dat", vertelt Hans van Suijdam, executive vice-president strategic projects bij chemieconcern DSM.

DSM heeft in China tien joint ventures en dertien bedrijven in eigendom. Het concern sluit nog steeds joint ventures, soms voor producten waarbij dat niet verplicht is. "Ook als de sector vrij is, kan een joint venture nog steeds de beste vorm van samenwerking zijn. Maar de voorwaarden zijn veranderd. Het gaat nu meer als een joint venture zoals die ook in Europa of Amerika gesloten wordt, wanneer de combinatie van twee bedrijven toegevoegde waarde heeft", vertelt Van Suijdam.

"Voor het kapitaal hebben de Chinezen het westen niet meer nodig. Dat hebben ze zelf genoeg. Maar veel westerse bedrijven trekken nu naar het land omdat ze daar willen samenwerken met Chinese technologiebedrijven. De ontwikkeling van nieuwe technieken gaat daar heel hard", aldus Nijs, van het Europe China business institute aan Nyenrode.