Ernstige ziekten en bedrijfsongelukken discrimineren niet: iedereen kan erdoor getroffen worden, of je nu in loondienst bent of ondernemer. De eerstgenoemde groep is via de werkgever automatisch via een basisvoorziening verzekerd bij arbeidsongeschiktheid. Ondernemers moeten dit helemaal zelf regelen.
Hetzelfde geldt voor de pensioenvoorziening, want deelnemen aan een pensioenfonds is er voor zelfstandigen doorgaans niet bij. Ze hebben wel recht op AOW, maar dat bedrag is zo laag dat een extra buffer veelal noodzakelijk is.
Collectieve regeling
Deze verschillen tussen werknemers en ondernemers is Linde Gonggrijp, directeur van FNV Zelfstandigen een doorn in het oog. "Arbeidsongeschiktheid kan iedereen overkomen. Het heeft niets te maken met een normaal bedrijfsrisico." Ze pleit daarom voor een collectieve, voor iedereen toegankelijke regeling.
Ook op pensioengebied komen ondernemers er volgens haar bekaaid van af. "Het is voor hen vrijwel onmogelijk om een goede pensioenvoorziening op te bouwen. Producten van private partijen zijn vaak duur, inflexibel en bieden weinig maatwerk. Daarnaast gelden allerlei fiscale beperkingen; bijvoorbeeld wat betreft de bedragen die je fiscaal vriendelijk opzij mag leggen. Dat is vervelend voor ondernemers die in goede jaren wat meer willen sparen."
Ze gaat dit thema aan de orde stellen in overleg met de Sociaal Economische Raad (SER). Maar vooralsnog moeten ondernemers zelf zorgen voor bescherming tegen tegenslagen.
Gevolgen arbeidsongeschiktheid
Er bestaan allerlei verzekeringen die ondernemers indekken tegen de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Het gaat hierbij niet alleen om zekerstelling van je inkomen, maar ook om de continuïteit van het bedrijf, meent Michaël Gerritsen, directeur van Pensioenadviesbureau Gerritsen in Duiven. "Als je onderneming in gevaar komt omdat je tijdelijk bent uitgeschakeld, krijg je bij sommige verzekeraars hulp om je bedrijf voort te zetten, bijvoorbeeld door tijdelijke inzet van vervangende arbeidscapaciteit."
Welke verzekering je het best kunt nemen is niet in algemene zin te zeggen. De verschillen in premie en voorwaarden zijn groot. De ene partij hanteert bijvoorbeeld veel meer uitsluitingscriteria dan de andere. Sommige verzekeraars leggen zich louter toe op arbeidsongeschiktheid, terwijl andere spelers sterk gericht zijn op preventie, door bijvoorbeeld mee te betalen aan een sportschool of geregeld geneeskundig onderzoek of werkplekonderzoek uit te laten voeren.
Persoonlijke situatie en wensen
Behalve het aanbod zijn je persoonlijke situatie en wensen natuurlijk van groot belang. Kijk wat je al hebt opgebouwd: heb je al een pensioenpotje van een vorige werkgever? Beschik je over een eigen woning of spaargeld? Wat verdient je partner? Kan die in geval van nood meer gaan werken? Als je een goede buffer hebt aangelegd kun je daar bij je verzekering rekening mee houden.
Bereken ook goed hoeveel inkomen je echt nodig hebt om van rond te komen. Gerritsen merkt dat dat bedrag vaak te hoog wordt ingeschat, wat de verzekeringspremie nodeloos opdrijft. "Een verzekering sluit je af voor onzekere voorvallen en risico's die je niet zelf kunt dragen. Breng dus eerst in kaart hoe groot die risico's zijn en wat je kunt opvangen."
Opties om te bezuinigen
Wil je wel een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten, maar vind je deze te duur, dan zijn er volgens Gerritsen diverse opties om op de premie te bezuinigen. Je kunt bijvoorbeeld de eigen-risicoperiode ophogen. Dit betekent wel dat je pas later aanspraak kunt maken op je verzekering.
Ook kun je de arbeidsongeschiktheidsdrempel verhogen, waardoor je bijvoorbeeld pas een uitkering krijgt als je voor 45 procent arbeidsongeschikt bent verklaard, in plaats van al bij 25 procent.
Een andere optie is switchen naar andere criteria voor arbeidsongeschiktheid. Het meest gunstig ben je uit met 'beroepsarbeidsongeschiktheid'. Je hebt dan al recht op een uitkering als je je huidige vak niet meer kunt uitoefenen. Je kunt echter ook kiezen voor 'passende arbeid', waarbij je alleen een uitkering krijgt als je niet meer op een vergelijkbaar niveau aan de slag kunt.
Elke optie scheelt volgens Gerritsen circa 10 procent premie, maar je loopt natuurlijk wel wat meer risico. Kortom: maatwerk staat centraal.
Andere mogelijkheden om op de premie te beknibbelen is kiezen voor een lagere dekking, pakketkorting (in combinatie met meer verzekeringen) of een collectieve verzekering.
Uitkering via het UWV
Start je vanuit loondienst of een uitkering een eigen bedrijf, dan kun je ook kiezen voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering via uitkeringsinstantie UWV.
Dit is vooral interessant voor mensen met een zwakke gezondheid, want deze verzekering laat iedereen toe en sluit geen risico's uit. Je moet deze verzekering wel binnen dertien weken na je overstap regelen.
Regeling bij zwangerschap
Zwangere ondernemers kunnen sinds anderhalf jaar aanspraak maken op de Zelfstandig en Zwanger-regeling (ZEZ-regeling), een vorm van betaald zwangerschapsverlof. Wie in het voorafgaande jaar minimaal 1.225 uur heeft gewerkt, ontvangt minimaal zestien weken rond de bevalling het wettelijk minimumloon (1407,60 euro per maand).
Werk je minder, dan hangt je uitkering af van je inkomsten over het voorgaande jaar.
Overlijdensrisicoverzekering
Heb je een partner en kinderen, dan kan het verstandig zijn een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten, om het noodzakelijke netto besteedbare gezinsinkomen op peil te houden wegens het wegvallen van een inkomen.
Startende ondernemers kunnen kiezen voor een tijdelijke (bijvoorbeeld eenjarige) overlijdensrisicoverzekering, om de opstartfase van te overbruggen. Als na enkele jaren blijkt dat het bedrijf levensvatbaar is en eventueel een buffer is aangelegd, kunnen ze zoeken naar een lange termijn-oplossing.
Opbouwen van pensioen
Hoeveel pensioen je naast je AOW nodig hebt hangt af van je persoonlijke omstandigheden en het benodigde netto besteedbaar inkomen.
Start je een bedrijf vanuit loondienst, dan kun je, drie jaar fiscaal ondersteund, bij je oude pensioenfonds blijven. Maar volgens Gonggrijp van FNV Zelfstandigen is dat een erg dure optie, omdat je de werkgeversbijdrage voortaan zelf moet ophoesten.
In andere gevallen kun je een buffer aanleggen door te sparen, een bankspaarproduct of lijfrente af te sluiten of te beleggen.
Voor ondernemers is er ook een fiscale faciliteit, die interessant kan zijn. Je mag 12 procent van de jaarwinst als oudedagsreserve op de balans opnemen. Over dit bedrag hoef je tijdens de opbouw geen belasting te betalen. Maar later, bij staking van de onderneming, wel. Het is dus geen cadeautje van de Belastingdienst, maar een middel om wat makkelijker een buffer aan te leggen.
Lees ook:
Ondernemers bezuinigen op hun sociale zekerheid
Loek Hermans: 'Besparen op sociale zekerheid is heel riskant'


