Recentelijk werd het Japanse bedrijf Sanrio teruggefloten door de Amsterdamse voorzieningenrechter: Kathy lijkt te veel op Nijntje en mag niet in Nederland verkocht worden, op straffe van een fikse dwangsom. Uit deze uitspraak blijkt maar weer eens dat ondernemers die ‘geïnspireerd’ raken door het product van een andere ondernemer moeten oppassen dat zij binnen de grenzen van het auteurs- en merkenrecht blijven. Wat zijn de spelregels?
Voor wat betreft het auteursrecht draait het om de vraag of het betreffende product een auteursrechtelijk ‘werk’ is als bedoeld in artikel 10 van de Auteurswet. Volgens de Hoge Raad is daarvoor het belangrijkste vereiste dat het werk “een eigen, oorspronkelijk karakter bezit en het persoonlijk stempel van de maker draagt”. Bij Nijntje is daar duidelijk sprake van. Denk bijvoorbeeld aan de elementaire kleuren, de dikke lijnen en het andreaskruis als neus/mond.
Beschermd werk
Alleen als er op grond van de Auteurswet sprake is van een beschermd werk, kan inbreuk op het auteursrecht aan de orde zijn. Dat is in de Nijntje-zaak het geval, omdat de auteursrechtelijk beschermde trekken zijn overgenomen in de figuur van Kathy. Het enige duidelijk waarneembare verschil is de strik die Kathy in een van haar oren draagt. Maar volgens de rechter verandert dat niets aan het feit dat de totaalindrukken nagenoeg hetzelfde zijn.
Behalve een beschermd auteursrechtelijk werk is er ook sprake van een beeldmerk. Een merk dat in dit geval op verschillende manieren tot uiting komt: in boekjes, als afbeelding op gebruiksvoorwerpen en in films, driedimensionaal als speelgoedpoppetje, etcetera.
Bij Kathy ligt dat anders. Kathy is een vriendinnetje van Kitty en consorten en zij worden allen op de markt gebracht onder het merk “Hello Kitty”. Kathy zelf kan daarom niet als merk worden aangemerkt. Sanrio trekt volgens de rechter met Kathy een ongerechtvaardigd voordeel van Nijntje en het Japanse bedrijf doet afbreuk aan het onderscheidend vermogen en de reputatie van Nijntje.
Overtreding van het auteurs- en merkenrecht van een ander bedrijf kan enorm in de papieren lopen. Daar komt bij dat in dit soort zaken de winnaar recht heeft op een volledige onkostenvergoeding. In de Nijntje-zaak werd de proceskostenveroordeling vastgesteld op 50.000 euro (ex BTW).
Met dank aan Maartje Hülsenbeck, Blenheim Advocaten
Ook een vraag voor Thomas of een van onze andere experts? Mail naar expert@z24.nl


