Er zijn flinke juridische valkuilen als je als huurder later koper van een bedrijfsruimte wilt worden, zo blijkt uit de rechtspraak op dit punt. Hoe zien die eruit en, belangrijker nog, hoe omzeil je die?

Allereerst is de formulering van zo’n afspraak van essentieel belang. Er zijn namelijk verschillende manieren om een kooprecht vorm te geven. En het scheelt nogal of er sprake is van een koopoptie of van een voorkeursrecht van koop (‘right of first refusal’).

Bij een koopoptie is er sprake van een onherroepelijk aanbod van de verhuurder. Als de huurder dat aanbod aanvaardt, dus de koopoptie inroept, komt een koopovereenkomst tot stand. Een voorkeursrecht van koop gaat minder ver.

De verhuurder is dan gehouden het pand bij een eventuele verkoop als eerste aan de huurder aan te bieden, maar er bestaat gen verplichting tot verkoop. Als de huurder het aanbod niet accepteert, kan de verhuurder het pand aan derden te koop aan gaan bieden.

Voor beide rechten geldt dat er nadere afspraken gemaakt kunnen worden over bijvoorbeeld het moment waarop er aangeboden kan worden, de hoogte van de koopprijs en termijn waarbinnen de huurder het aanbod moet accepteren.

Koop breekt soms wel huur
Het komt regelmatig voor dat tijdens de huurovereenkomst het bedrijfspand van eigenaar wisselt. Uit een arrest van de Hoge Raad volgt dat die nieuwe eigenaar niet gebonden is aan een contractueel vastgelegd kooprecht van de huurder! De huurder is zijn kooprecht dan dus kwijt.

Het is daarom slim om in de huurovereenkomst uitdrukkelijk vast te leggen dat er naast de huurpenningen tevens een vergoeding wordt betaald in verband met de koopoptie. In dat geval, aldus de Hoge Raad, behoudt de huurder tegenover een nieuwe eigenaar zijn kooprecht.

Het is aan te raden je bij het opstellen van een huurovereenkomst bedrijfsruimte te laten adviseren door een huurrechtadvocaat of een andere huurspecialist.

Ook een vraag voor Thomas of een van onze andere experts? Mail naar expert@z24.nl