Wie invloed wil hebben op wat in Brussel besloten wordt, moet zorgen dat hij er op tijd bij is. En dat wil zeggen echt vroeg. Je moet zorgen dat je gehoord wordt nog voordat een voorstel op papier staat.
Dan namelijk heb je de meeste kans dat wat jij wilt in het voorstel terecht komt. In de regel blijft 90 procent van een oorspronkelijk voorstel overeind. Staat jouw wensenpakket er eenmaal in, dan heb je dikke kans dat het de eindstreep haalt.
Dat stelt hoogleraar politicologie Rinus van Schendelen, verbonden aan de Erasmus Universiteit. Hij schreef verschillende boeken over lobbyen. Hij sprak op het seminar 'Wegwijs in Brussel' dat onlangs plaatsvond. Deze informatieve bijeenkomst wordt twee keer per jaar gehouden door organisatieadviesbureau De Galan Groep en lobbykantoor ICODA European Affairs.
Waar moet je zijn?
Op het recente seminar, in het conferentiezaaltje van een chique Brussels hotel midden in de Europawijk, kwam een man of elf af. Een paar mensen van ministeries, iemand van politie Rotterdam Rijnmond en afgevaardigden van de Rijksdienst voor het wegverkeer en het Kadaster. Daarnaast er is iemand met een adviesbureau voor medisch specialisten en een aanwezige die zijn systeem voor het opsporen van vermiste kinderen Europees wil uitrollen. Iedereen wil weten waar hij in Brussel moet zijn om informatie te vergaren en als het even kan ook invloed uit te oefenen.
Dat schijnt namelijk goed te kunnen in Brussel - invloed uitoefenen. Volgens Van Schendelen moet je hiervoor aankloppen bij de Europese Commissie. De Commissie is in Europa namelijk de enige instantie die nieuwe wetsvoorstellen mag schrijven. Maar voordat die wat op papier zet, worden allerhande stakeholders gepolst. Hé, zelf ben jij natuurlijk ook een belanghebbende.
De Commissie nodigt stakeholders uit om mee te komen denken in zogenoemde expertcommissies. Daar zijn er in Brussel zo’n tweeduizend van. Wie invloed wil hebben moet dus zorgen dat hij in zo’n commissie komt te zitten of in ieder geval de leden kent. Goed te weten dat iedere expertcommissie wordt voorgezeten door een ambtenaar van de Europese Commissie. Ook deze beambte kun je proberen te benaderen.
Europees Parlement
Helemaal aan het eind van het traject beslist de Europese Raad van Ministers over een voorstel. Vóór een voorstel naar de Raad gaat, gaat het echter naar het Europees Parlement. In twee derde van de gevallen moet het parlement echt met een voorstel instemmen voordat het naar de Raad kan, in de overige gevallen heeft het Europarlement alleen adviesrecht.
Het Parlement vergadert niet meteen in de grote plenaire zaal over voorstellen, maar eerst in speciale parlementaire commissies. Elk van die commissies heeft een zogeheten penvoerder, iemand die verslag uitbrengt van wat de parlementaire commissie vindt. Wie nog invloed wil uitoefenen als een voorstel al bij het Parlement ligt, kan zich het beste tot de penvoerder wenden of anders tot andere parlementariërs in de commissie die het voorstel behandelt.
Heeft het Parlement eenmaal besloten of geadviseerd, dan moet de Raad van Ministers afkomstig uit de verschillende lidstaten ook nog instemmen. Ook daar kun je nog proberen invloed uit te oefenen, maar dan ben je wel al rijkelijk laat in het proces.
Dit voor wat betreft de zogenoemde richtlijnen en verordeningen die deze route bewandelen. Volgens Van Schendelen legt echter maar 15 procent van het totaal aan regelgeving afkomstig uit Brussel de route via Raad en Parlement af. Het zijn de hoofdlijnen van de wetgeving, maar in feite is dit het topje van de ijsberg. Al deze wetgeving wordt elders nog nader ingevuld. "En wat is nou belangrijker voor jou als bedrijf: het kader of de invulling daarvan?", vraagt Van Schendelen. "Precies. The devil is in the details!"
Comitologie-comités
Het nader invullen van de details heeft de Commissie gedelegeerd naar zogenoemde comitologie-comités. Ook hierin zitten stakeholders. Wie wat in de melk te brokkelen wil hebben, moet dus ook weer zorgen, dat hij in zo’n comité terecht komt of in ieder geval weet wie erin zitten. Van deze comités zijn er zo’n 450.
"Ze zitten in een gebouw vlakbij het Leopoldpark", zegt van Schendelen. "Het is erg moeilijk daar binnen te komen. Máár die mensen gaan ook lunchen. Hang gewoon een beetje rond. Ze komen vanzelf naar buiten."


