"Ja, ik heb veel met lobbyisten te maken", zegt Hermanus Versteijlen, werkzaam bij de Europese Commissie. "Als wij met nieuwe voorstellen komen, dan leggen we vaak eerst discussiestukken aan belanghebbenden voor."

Maar ook over lopende zaken heeft hij veel contact met zogenoemde stakeholders, vertelt Versteijlen. Hij sprak op het congres 'Wegwijs in Brussel', dat twee keer per jaar wordt georganiseerd door organisatieadviesbureau De Galan Groep en lobbykantoor ICODA European Affairs.

Voortdurend contact
Versteijlen: "Zo heb ik voortdurend contact met Eucolait, de Europese vereniging van melkhandelaren. Op het moment willen zij dat wij de minimumprijs van kaas verlagen. Daar hebben we uitgebreid overleg over. Dat gaat prima. Deze club verkondigt altijd duidelijk een standpunt."

Dat is niet altijd het geval, stelt de topambtenaar. De Europese vereniging van boeren Copa-cogeca bijvoorbeeld, heeft intern te maken met zoveel verschillende standpunten, dat men er gewoon niet uitkomt. "Het advies van die vereniging is dus altijd de status quo te handhaven. Daar heb je veel minder aan", aldus Versteijlen.

Dat belanghebbenden zich in Brussel relatief makkelijk met de inhoud van het beleid kunnen bemoeien, komt doordat bij de Europese Commissie in totaal 'slechts' zo’n 24.000 ambtenaren werken (inclusief ondersteunend personeel en tolken en vertalers). Dat klinkt veel, maar in Den Haag werken alleen al zo’n 120.000 ambtenaren, politie en leger niet meegeteld. Dit gebrek aan ondersteuning lost de Commissie op door gebruik te maken van expertise van buiten.

Randvoorwaarden
Versteijlen wordt gezien als de meest invloedrijke topambtenaar bij het directoraat-generaal Landbouw van de Europese Commissie. Lobbyisten weten dat ook. "Ik krijg regelmatig e-mails van mensen die zeggen: 'Ik heb een leuk idee, kun je er iets mee?'."

Binnen bepaalde randvoorwaarden staat Versteijlen daar best voor open, vertelt hij. Wat die randvoorwaarden dan zijn? "Nou, veel Nederlanders hebben een houding van: wij weten het beter en zullen jou even vertellen hoe het zit." Niet de meeste effectieve manier, volgens Versteijlen.

"Mensen uit zuidelijke lidstaten, doen dat toch net wat handiger allemaal", vertelt hij. "Die zeggen: 'Jij zit daar op zo’n mooie plaats, met zoveel invloed. Fantastisch, oh ja, ik heb nog wel een paar ideeën'."

Een goede lobbyist is volgens Versteijlen iemand die goede en betrouwbare informatie verschaft waar je als ambtenaar wat aan hebt, maar niet probeert om je te slim af te zijn.

Huiswerk maken
Weinig heeft de topambtenaar op met mensen die langskomen met een idee, maar zich niet goed hebben voorbereid. "Laatst kreeg ik een mail van iemand die een samenwerkingsproject met Brazilië wilde opzetten en of ik hem eens even wilde inwijden in het labyrint van Europa. Ja, dan denk ik, ga eerst je huiswerk maar eens doen."

Behalve direct hebben commissie-ambtenaren ook indirect met lobbyisten te maken. Namelijk met de personen die zich richten tot het Europees Parlement, aldus Versteijlen. "Lobbyisten hebben een belangrijke invloed op de amendementen (wijzigingsvoorstellen) die Europarlementariërs indienen. Er zijn parlementariërs die de amendementen van lobbyisten rechtstreeks overnemen. Dat merken wij als hetzelfde amendement nog eens en nog eens binnenkomt."

Europarlementariër Corien Wortmann-Kool, lid van het Europees Parlement voor het CDA, doet dat "uiteraard niet", zegt ze. Ze is momenteel op campagne voor de Europese verkiezingen en op het moment van spreken zit ze in de auto op weg naar de Libelle Zomerweek.

Twee soorten lobbyisten
Gevraagd naar haar ervaringen met lobbyisten zegt ze twee soorten te onderscheiden. Wortmann-Kool: "Het eerste type zijn de vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, belangenverenigingen dus werkgevers of werknemersverenigingen, milieuorganisaties en dergelijke. Het is ontzettend belangrijk wat zij vinden van de voorstellen die op tafel liggen. Hier luister ik dan ook graag naar."

"Vooral naar Nederlandse organisaties, omdat het voor mij heel belangrijk is te weten hoe dingen in de praktijk uitpakken en wat positieve en negatieve punten zijn. Niet dat ik een op een overneem wat de organisaties zeggen. Ik probeer ook altijd verder te kijken en met meerdere kanten contact te hebben.”

Als lid van de parlementaire commissie transport heeft Wortmann-Kool bijvoorbeeld contact met transportorganisaties, maar ook met de European Federation of Transport and Environment en met chauffeurs, zo zegt ze.

Individuele bedrijven
Lobbyisten van individuele bedrijven vallen wat Wortmann-Kool betreft ook in de eerste categorie (die van de belangrijke lobbyisten), zolang maar ze maar duidelijk zijn over welke onderneming ze vertegenwoordigen.

"Mails van individuele bedrijven en burgers probeer ik altijd te lezen", zegt ze. "Meer moeite heb ik met schimmige foundations van wie op het eerste gezicht niet duidelijk is dat ze bestaan van geld van bijvoorbeeld de farmaceutische industrie. Van dit soort clubs krijg ik mails, soms willen ze met mij afspreken of organiseren ze grote events. Op dergelijke uitnodigingen ga ik niet in."

Lobbykantoren
De tweede categorie die Wortmann-Kool onderscheidt, zijn de lobbyisten werkzaam bij op Amerikaanse leest geschoeide kantoren. "Dit zijn de personen die de ene keer opkomen voor de tabaksindustrie en de andere keer voor dierenwelzijn", zegt ze. "Met dit type heb ik weinig op en probeer ik zo weinig mogelijk te maken te hebben."

Benieuwd hoe lobbyisten hier tegenaan kijken? Lees woensdag 27 mei deel 3 uit Z24's drieluik over lobbyen.