Dat zegt directeur Albert Jan Thomassen van FBNed, de vereniging van familiebedrijven in Nederland in Het Financieele Dagblad. De vereniging vreest dat de familie vermogen uit de onderneming zal moeten trekken om de fiscale claim te kunnen betalen bij schenking door of overlijden van een familieaandeelhouder.
Leden van de FBNed zijn onder meer baggeraar Van Oord, Bavaria (Swinkels), Van Bommel, Menken en Westland. Woensdag wordt het wetsvoorstel behandeld in de Tweede Kamer.
Onmiddelijk afrekenen
De kern van het probleem is dat onder de nieuwe wet de erfgenaam van een direct of indirect belang van minder dan 5 procent onmiddellijk met de fiscus moet afrekenen tegen een tarief van in totaal 40 procent van de waarde van de aandelen. Onder de huidige wetgeving is dat 6,75 procent en kan de betaling ervan worden uitgesmeerd over tien jaar.
Door de grens van 5 procent dreigen vooral oudere familiebedrijven, waarbij het belang van de individuele aandeelhouder van generatie op generatie kleiner is geworden, de dupe te worden.
Ondernemerschap stimuleren
"Dit wetsvoorstel botst toch met de gedachte van het kabinet om het ondernemerschap te stimuleren", zegt Jan Westland, die campagne voert tegen de wet. Kaasbedrijf Westland heeft na 70 jaar 27 aandeelhouders uit de familie. Van hen hebben er 23 een belang van minder dan 5 procent.
Fiscalist Herman de Ruijter van Ernst & Young begrijpt niet waarom staatssecretaris De Jager de huidige regeling voor bedrijfsopvolging op dit punt niet handhaaft. "Het kabinet kiest voor verdere verruiming van de vrijstelling van 75 naar 90 procent bij een aanmerkelijk belang van 5 procent of meer, maar dupeert tegelijkertijd die familiebedrijven waar de individuele belangen onder die grens zijn gezakt."
Geen fiscale constructies
De Ruijter ziet op dit moment geen fiscale constructies waarmee families het liquiditeitsprobleem bij schenking of vererving eenvoudig kunnen ontlopen. Hooguit kunnen de gevolgen wat worden verzacht. Dat worden volgens hem echter zeer ingewikkelde constructies die een hoop administratieve rompslomp en kosten met zich brengen. "Dat is nu juist een praktijk waar oud-ondernemer De Jager met succes tegen ten strijde trekt", aldus De Ruijter.
Volgens een woordvoerder van Financiën gaat het ministerie ervan uit dat familiebedrijven niets te vrezen hebben omdat zij zich in "alle reële situaties" kwalificeren voor de bedrijfsopvolgingsvrijstelling. Ook een zogenoemd fictief aanmerkelijk belang (een belang van minder dan 5% dat ooit groter is geweest) komt in aanmerking. "Verdere knelpunten zullen we uiteraard bekijken, en waar nodig zullen we actie ondernemen."
Wassen neus
Volgens De Ruijter is de tegemoetkoming voor fictief-aanmerkelijkbelanghouders in veel gevallen een wassen neus. Deze regeling geldt alleen als 100 procent van de holding in handen is van de familie. Is er ooit een belang gegeven aan het personeel, of heeft één familielid zijn aandeel buiten de familie verkocht, dan geldt de vrijstelling niet.
De nieuwe successiewet moet 1 januari 2010 van kracht worden. Er heeft al een schriftelijke behandeling in de Kamer plaatsgevonden