Notarissen zijn bij het passeren van aktes (het overdragen van de eigendomsrechten van een woning) te weinig kritisch, en daarmee maken ze hypotheekfraude mede mogelijk. Ze stellen bijvoorbeeld amper vragen naar de soms grote prijsstijgingen van een woning. Dat zegt de NVB vandaag in Het Financieele Dagblad.
Niet alleen de koper gaat de boot in als het pasgekochte pand achteraf veel minder waard blijkt te zijn dan waar het voor is aangeschaft. Ook de bank baalt. Want wanneer de koper de hypotheek niet meer kan opbrengen, heeft de bank een probleem.
Het huis wordt geveild en dan blijkt dat het pand veel minder waard is dan de aankoopsom. De koper blijft zitten met een schuld aan de bank, die veelal naar (een deel van) het geld kan fluiten.
Behalve notarissen zouden wat de NVB betreft ook makelaars, taxateurs en hypotheekbemiddelaars in voorkomende gevallen voor de rechter moeten worden gedaagd.
De NVB voelt steun van een uitspraak van de rechter uit 2007. Die bepaalde dat een Rotterdamse notaris een deel van de overgebleven hypotheekschuld moest betalen aan de Bank of Scotland (BoS).
De bank verleende een hypotheek van ruim 105 duizend euro; de woning was getaxeerd op 96 duizend euro. Enkele maanden later moest de woning worden geveild omdat de eigenaar de hypotheek niet meer kon opbrengen. Bij de veiling bracht het huis slechts 32 duizend euro op.
De rechter oordeelde dat de notaris duidelijke aanwijzingen van fraude over het hoofd had gezien. Als de notaris de bank had ingelicht, zou die de hypotheek nooit hebben gegeven.
De bank had zelf ook beter op moeten letten. De vrouw had de hypotheek gekregen met een valse loonstrook en een valse werkgeversverklaring.


