Een waarschuwing voor spaarders, afgelopen donderdag. De Nederlandse inflatie bleek in december 2010 te zijn gestegen naar 1,9 procent, het hoogste niveau in ruim anderhalf jaar.

Hogere prijzen voor goederen en diensten hollen de koopkracht van geld uit. Daar zitten ook positieve kanten aan, zoals Z24-commentator Mathijs Bouman schreef. Maar voor spaarders is inflatie geen pretje.

Rentecompensatie
Enige manier om daar iets aan te doen, is te speuren naar aantrekkelijke spaarrentes. Om niet armer te worden heb je bij een inflatie van twee procent een spaarrente van minimaal twee procent nodig.

Wie meer dan 20.785 euro aan spaargeld of beleggingen heeft, moet ook rekening houden met de vermogensheffing in box III van 1,2 procent. Om de fiscus én de inflatie de baas te blijven heb je inmiddels een spaarrente van minimaal 3,1 procent nodig. Maar dat is niet zo simpel.

De hoogste rente op vrij opneeembare internetspaarrekeningen bedraagt momenteel 2,5 procent, bij Centraal Beheer. Maar die gaat per 10 januari omlaag naar 2,3 procent. Bank of Scotland gaat dan aan kop bij de vrij opneembare rekeningen, met een rente van 2,4 procent. (LeasePlan Bank is hierbij buiten beschouwing gelaten, vanwege de tijdelijke spaarstop voor nieuwe klanten).

Voor rentes van 3,1 procent (inflatie december plus vermogensheffing) of hoger moet je geld echter al gauw twee jaar of langer vast zetten. Maar juist in een periode van oplopende inflatie is het riskant om spaarrentes lang vast te zetten. Meer inflatie betekent immers op den duur ook hogere (spaar)rentes. Dus wat is wijsheid?

1)Variabele rente
De meest voor de hand liggende tactiek in een klimaat van meer inflatie, is meeliften met variabele spaarrentes. Stijgt de spaarrente, dan profiteer je meteen mee. Alleen: zo simpel is het niet.

Om te beginnen zijn er slechts een beperkt aantal aanbiedingen van variabele spaarrrentes die boven de twee procent liggen. Kijk je bij spaarvergelijkers als FX en Spaarinformatie.nl dan ligt meer dan de helft van de rentes bij vrij opneembare rekeningen onder de twee procent.

Dat heeft mede te maken met een macro-economische factor. De Europese Centrale Bank (ECB) leent nog altijd vrijwel gratis aan commerciële banken. Deze goedkoop-geldpolitiek zorgt ervoor dat variabele spaarrentes vooralsnog relatief laag zijn gebleven.

Meeliften met stijgingen van variabele spaarrentes wordt pas echt interessant als de ECB mee werkt, en de bancaire rentes opschroeft.

2)Vaste rentes
Alternatief is om toch te kiezen voor een deposito waarbij de spaarrente één of twee jaar vast staat. Voordeel is dat je een iets hogere rente krijgt. De hoogste aanbiedingen bij tweejarige deposito's liggen bijvoorbeeld 0,1 procentpunt tot 0,7 procentpunt boven de hoogste variabele rente van 2,4 procent (zie kader: sparen)

Ook in dit geval blijft het opletten. Als het dit jaar druk wordt op de kapitaalmarkt, bijvoorbeeld omdat Europese overheden en banken schulden moeten herfinancieren, kunnen de marktrentes voor bijvoorbeeld twee en driejarige leningen oplopen. Dat kan ook spaarrentes met vergelijkbare looptijden raken.

Te snel spaarrentes vast leggen is dus riskant. Al is dat risico natuurlijk groter als je voor een langere vaste looptijd kiest van vier of vijf jaar. Bij een spaardeposito waar de rente één of twee jaar vast ligt, ben je in ieder geval sneller aan de beurt voor een renteherziening.

Lees ook:

Vergelijk hier alle spaarrentes (ADV)

Mathijs Bouman: blij met stijgende prijzen

Jeroen de Boer: Spaarbelasting kan eerlijker

Ophef over spaarvarkens, gemaakt van echte biggen

Allard Gunnink: spaarplan als ghostbuster?