Er kan binnen afzienbare tijd een eind komen aan de daling van hypotheekrentes met langere looptijden. Op de kapitaalmarkt is al de eerste kentering zichtbaar, zo berichtte Z24 afgelopen week. Dat is geen prettig vooruitzicht voor huizenbezitters die hun rentevaste periode zien aflopen. De hypotheekrente is immers een heel belangrijke component bij het afsluiten van een hypotheek: hoe hoger het percentage uitpakt, hoe hoger de hypotheeklasten uitpakken.
Het is dan ook geen wonder dat veel huizenkopers bij het afsluiten van een hypotheek de rentepercentages zorgvuldig vergelijken. Bij de hoogte van de tarieven is onder andere van belang of je de rente wel of niet vastzet. De meest voordelig optie is een variabele rente, waarbij het rentepercentage elke maand kan veranderen. Dit kan enige onrust veroorzaken, maar ter compensatie ontvang je doorgaans wel een lagere rente, wat op termijn behoorlijk kan aantikken.
Wie meer zekerheid wil, kan besluiten het rentetarief voor korte of langere tijd vast te zetten. Meestal geldt: hoe langer de rentevaste periode, hoe hoger de rente. Het verschil in rentepercentage tussen een lange en korte rentevaste periode schommelt in de loop van de tijd. Een kleine kloof kan een argument zijn om de rente langere tijd vast te zetten. Je hebt dan extra zekerheid tegen een relatief geringe meerprijs.
Verwachtingen
Bij de keuze voor een rentevaste periode spelen ook jouw verwachtingen voor de rente-ontwikkeling een rol. Als je denkt dat de rente gaat dalen of op een laag niveau blijft, is een kortere rentevaste periode verstandig. Ga je uit van een oplopende rente, dan is het slimmer om deze langere tijd te versleutelen.
Dit blijft echter een lastige afweging, want de rente laat zich moeilijk voorspellen. Je kunt daarom beter andere aspecten meenemen in je overweging. Bijvoorbeeld je hypotheeklast. Breng je geen of weinig eigen geld in en sluit je een relatief hoge hypotheeklening af ten opzichte van je inkomen, dan is het vaak verstandig om de rente voor langere tijd - minimaal tien jaar - vast te zetten, meent Michel Ligtlee, beleidsadviseur van de Vereniging Eigen Huis. "Je weet dan waar je aan toe bent en loopt niet het risico te worden geconfronteerd met een forse stijging van de maandlasten."
Is je hypotheeklening naar verhouding lager en breng je meer eigen geld mee, dan kan een kortere rentevaste periode aantrekkelijk zijn. "Dat biedt meer flexibiliteit en pakt op langere termijn vaak voordeliger uit", aldus Ligtlee. Zorg er wel voor dat je voldoende middelen hebt om tegenvallers in de hypotheeklasten te kunnen opvangen.
Woonduur
Een ander aandachtspunt is de toekomstige inkomensontwikkeling. Als je verwacht later minder te verdienen omdat je bijvoorbeeld parttime wil werken bij de komst van een kind, kan het ook verstandig zijn om te kiezen voor een lange rentevaste periode, zodat je niet wordt geconfronteerd met een forse stijging in de maandlasten.
Een volgend criterium is de verwachte woonduur. Ben je ervan overtuigd oud te worden in je nieuwe huis, dan is het niet zo'n probleem om de rente langere tijd vast te zetten. Verwacht je daarentegen binnen zeven jaar te verhuizen, dan is die optie minder aantrekkelijk, omdat je dan zeven jaar een nodeloos hoog rentepercentage betaalt.
Je zou dan kunnen overwegen de hypotheek mee te verhuizen naar je nieuwe woning, maar dat beperkt je wel in je keuzevrijheid. Bovendien biedt niet elke hypotheekverstrekker die mogelijkheid.
Rentemix
Je kunt bij veel hypotheekverstrekkers ook kiezen voor een combinatie van rentevaste periodes. Je deelt je hypotheek dan op in stukjes en zet bijvoorbeeld een gedeelte tien jaar vast en een ander deel variabel. Dit heeft volgens Ligtlee als voordeel dat je het risico spreidt. Als de rente plotseling oploopt, wordt je niet over de volle breedte geconfronteerd met een forse lastenverzwaring. Omgekeerd kun je ook gedeeltelijk de vruchten plukken van een dalende rente.
De hypotheekexpert wijst er wel op dat een rentemix bij een spaarhypotheek geen toegevoegde waarde biedt, omdat de premie aan de rente is gekoppeld. "Maar als je een hypotheek hebt waarin zaken worden gecombineerd, zoals banksparen en een aflossingsvrij gedeelte, kun je ervoor zorgen om de rente over de eerste component langer vast te zetten en voor het aflossingsvrije deel een kortere renteperiode te kiezen."
Wees er wel op beducht dat een rentemix het praktisch onmogelijk maakt om te switchen naar een andere hypotheekverstrekker. De rentevaste periode eindigt immers niet voor de gehele hypotheek, maar slechts voor een gedeelte. Het is volgens Ligtlee vrijwel onmogelijk om dat stuk onder te brengen bij een andere hypotheekverstrekker. "Banken zijn daar zeer terughoudend in, omdat het eerste recht van de hypotheek bij een andere bank ligt en die andere bank dus voorrang krijgt bij een eventuele executieverkoop."
Je kunt wel de volledige hypotheek naar een andere bank verhuizen, maar dan ben je wel een boeterente verschuldigd.
Korting
Sommige banken geven rentekorting in ruil voor minder gunstige voorwaarden. Je krijgt dan bijvoorbeeld een boete als je na een verhuizing overstapt naar een andere hypotheekverstrekker. Als je toch niet van plan bent je huis te verkopen is dat geen probleem. Verhuis je tussentijds wèl dan kan goedkoop uiteindelijk duurkoop blijken.
Andere uitgeklede voorwaarden zijn wat onschuldiger, bijvoorbeeld als je de hypotheekakte wat sneller moet laten passeren of bij de bank een betaalrekening moet openen waarop je salaris binnenkomt.
Korting op de rente krijg je overigens ook als je een hypotheek neemt onder NHG (Nationale Hypotheek Garantie).
Renteconstructies
Veel banken bieden speciale constructies die meer flexibiliteit in de rentetarieven bieden of het risico op renteschommelingen verlagen. Denk bijvoorbeeld aan de instaprente, waarbij je bijvoorbeeld een of twee jaar de tijd krijgt om de rente vast te zetten, op een zelf te bepalen moment. Dat aantrekkelijk zijn bij een dalende rente. Een ander bekend voorbeeld is een plafondrente voor hypotheken met een variabele rente, waarbij een maximumtarief wordt vastgesteld.
Je kunt met een variabele rente ook een bandbreedte afspreken. Zolang de rente binnen een afgesproken bandbreedte beweegt, verandert het tarief niet. Stijgt de rente harder, dan stijgt de rente met het percentage dat boven de bandbreedte uitkomt. Bij een bandbreedte van 1 procent en een rentestijging van 1,2 procent betaal je dan 0,2 procent meer rente.
Dergelijke opties kunnen voor wat meer zekerheid zorgen, maar je betaalt hiervoor meestal wel een opslag. De Vereniging Eigen Huis is doorgaans niet erg enthousiast over deze constructies. "Dergelijke varianten zijn vaak lastig uit te leggen. Zorg daarom dat je je goed informeert over de spelregels voor je hiervoor tekent", adviseert Ligtlee.
Hij adviseert hypotheekgevers verder om zich niet blind te staren op het rentepercentage. "Verlies ook de premie en de hypotheekvoorwaarden niet uit het oog."
Lees ook:
Rutte wijst hypotheekplan Rabobank af
Banken anticiperen op einde hypotheekrente-aftrek
VEH niet enthousiast over hypotheekplan Rabo


