De Europese ruimtevaartorganisatie ESA lanceerde maandag de raket Vega voor een eerste testvlucht vanuit Frans-Guyana. Met succes. Deze raket moet in de toekomst tussen de twee tot vier keer per jaar satellieten in een baan rond de aarde sturen.
Hoewel het gaat om de eerste testvlucht, is de raket al beladen met negen satellieten van verschillende wetenschappelijke instellingen en bedrijven. De ESA meldt op haar website dat het ruimtevaartuig wijd inzetbaar is, waardoor het kan “reageren op verschillende marktmogelijkheden en veel flexibiliteit kan bieden”.
Bij de ontwikkeling van de raket zijn ook de Nederlandse bedrijven Aerospace Propulsion Products (APP) en Dutch Space betrokken geweest. Het ruimtevaartuig zal vooral worden gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden. Maar Edwin Vermeulen, Director Engineering & Marketing van APP, verwacht dat het ook voor commerciële toepassingen zal worden gebruikt.
Bagageruim
Uniek is ook dat deze relatief kleine raket meerdere satellieten als bagage mee kan nemen. Daardoor is de Vega geschikt voor kleinere projecten. Waar het lanceren van de grote raket van ESA zo rond de 150 miljoen euro kost, gaat de Vega voor ongeveer 35 miljoen euro de ruimte in.
“Dat maakt het mogelijk om voor relatief weinig geld een simpele satelliet de ruimte in te krijgen,” zegt Boudewijn Ambrosius, hoogleraar Ruimtevaarttechniek aan de TU Delft.
Betrouwbaar
Maar volgens Ambrosius is de belangrijkste boodschap van deze lancering dat er onder Europese bedrijven behoefte is aan een betrouwbare manier om deze kleine satellieten de ruimte in de krijgen. Voorheen maakten bedrijven voornamelijk gebruik van Russische raketten, maar daar ging relatief vaak iets mis mee.
Daardoor zijn de verzekeringskosten hoog als een satelliet met een Russische raket in een baan om de aarde wordt gestuurd. Hoewel de lanceringskosten van deze nieuwe raket ongeveer even hoog zijn, “kan je er vanuit gaan dat de verzekeringskosten van een lancering met de Vega lager worden als het risico lager blijkt te zijn,” concludeert Ambrosius.
Populair zijn vooral de kleine satellieten, met een breedte, hoogte en diepte van 10 cm. ”Die zijn zo klein dat je ze mee kan nemen als er nog een klein plekje over is bij lanceringen,” vult Vermeulen aan. Deze satellieten kunnen verschillende toepassingen hebben, zoals het meten van de vochtigheidsgraad van gewassen van boeren.
Tekort aan capaciteit
Het Delftse bedrijf Innovative Solutions in Space (ISIS) is gespecialiseerd in deze "nano-satellieten" en heeft zelf een radiocommunicatie-systeem geleverd voor een satelliet die is meegestuurd bij deze eerste lancering van de Vega raket.
Het bedrijf is dan ook positief over deze ontwikkeling. “Hoe meer capaciteit hoe beter,” legt Joost Elstak, Mission Manager van ISIS, uit. “Want er is een groot tekort aan ‘access to space’(de mogelijkheid om satellieten de ruimte in te sturen, red).”
In 2008 lanceerde de TU Delft de nano-satelliet Delfi-C3, daarvan kostte de lancering rond de 100.000 euro.
Bedrijven als ISIS lanceren hun satellieten bij verschillende ruimtevaartorganisaties wereldwijd. Over de prijs wil ESA nog niets loslaten, dus het is nog onduidelijk of de Vega concurrerend zal zijn op de internationale markt.
Lees ook:


