Het zal je maar gebeuren: je krijgt kanker of je belandt door een auto-ongeluk in een rolstoel. Ben je na twee jaar nog niet in staat je werk te hervatten, dan word je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt verklaard. Je valt dan meteen terug in inkomen, terwijl de vele verplichtingen gewoon doorlopen, zoals je hypotheek of de aflossing van een lening.

Wie in loondienst werkt, kan dan aanspraak maken op een WIA-uitkering (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen). Zelfstandig ondernemers kunnen dat niet. Zij zijn sinds 2004 niet langer automatisch verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Ze zitten dus al vanaf de eerste ziektedag zonder inkomen.

Wie zich daartegen wil wapenen, kan een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten. 22 procent van de startende zelfstandigen en 42 procent van de gevestigde eenpitters doet dit. Een minderheid dus. Veel ondernemers worden afgeschrikt door de hoge kosten –500 tot enkele duizenden euro’s per jaar-, in combinatie met de risicoperceptie (‘mij overkomt niets).

Toch is het volgens Edmond Hilhorst, directeur van vergelijkingssite Independer wel degelijk het overwegen waard zo’n polis af te sluiten. “Je dekt er een groot risico mee af.” Hij adviseert wel om kritisch te vergelijken en de kleine lettertjes goed uit te pluizen.

Wat een arbeidsgeschiktheidsverzekering kost, is niet eenduidig te zeggen. Je betaalt een bepaald promillage van het verzekerde bedrag, maar de hoogte daarvan hangt van diverse factoren af, zoals leeftijd, gezondheid, beroep, eventueel gevaarlijke hobbies, eigen risico en een eventuele indexering van de uitkering.

Bij sommige verzekeraars blijft de premie gedurende de hele looptijd gelijk; bij andere is de premie leeftijdsafhankelijk of groeit het bedrag mee met je bedrijf.

Vergeet bij een kostenvergelijking niet de provisie voor de tussenpersoon uit het oog. Die kan volgens Erik Hordijk, directeur van Verzekeringssite, per intermediair fors verschillen en oplopen tot wel 25 procent per jaar.

Volgens hem valt overigens vaak over de provisie te onderhandelen. Je kunt ook proberen af te spreken dat je betaalt voor het advies (een uurtarief) en vervolgens wordt vrijgesteld van provisie.

Behalve de kosten, hanteren verzekeraars ook uiteenlopende voorwaarden. Neem de drempel voor arbeidsongeschiktheid. Sommige verzekeraars keren pas uit als je voor minimaal 65 procent arbeidsongeschikt bent; anderen al vanaf 35 procent. Soms kun je, in ruil voor een lagere premie, een hogere drempel inbouwen. Maar je loopt dan wel extra risico.

Er zijn ook verzekeraars die de uitkering laten afhangen van de mate van arbeidsongeschiktheid. Wie bijvoorbeeld voor 70 procent is afgekeurd krijgt dan minder dan iemand die voor 90 procent is afgekeurd. Bij andere verzekeraars krijg je toch het volle pond.

Over de mate van arbeidsongeschiktheid kunnen trouwens vervelende discussies ontstaan. Veel verzekeraars behouden zich namelijk het recht voor om zelf de mate van arbeidsongeschiktheid te herbeoordelen.

Veel verzekeraars werken ook met een eigen risico. Je krijgt dan de eerste maanden - of soms zelfs jaren - geen uitkering. Ook zijn er partijen die een no-claimregeling hebben ingebouwd, waardoor je korting krijgt als je enkele jaren geen beroep op de verzekering hebt gedaan.

En wat te denken van indexering van het verzekerde bedrag? Sommige verzekeraars laten dat meestijgen met de inflatie, terwijl bij andere verzekeraars de eindsom gelijk blijft. Dat laatste is gezien de huidige inflatie geen aantrekkelijk vooruitzicht.

Vergeet ook de uitsluitingen niet. De meeste polissen keren niet uit als er drank in het spel is; als je bijvoorbeeld in beschonken toestand een aanrijding hebt veroorzaakt. Ook extreme situaties als oorlogen, kernreacties of gevangenschap gelden vaak als reden om niet uit te keren. Dat is nog tot daaraantoe.

Maar er gelden soms ook wat minder voor de hand liggende uitsluitingscriteria, zoals rugklachten, psychische aandoeningen of een motorongeluk. Ook niet medisch aantoonbare aandoeningen, zoals chronische vermoeidheid, tellen vaak niet mee. Verder is de term ‘roekeloosheid’ voor discussie vatbaar: valt een noodlottig ski-ongeluk daar bijvoorbeeld ook onder?

Eveneens de moeite van het bekijken waard zijn de criteria voor arbeidsongeschiktheid die de verzekeraar hanteert. Je bent het gunstigst uit met ‘beroepsarbeidsongeschiktheid’: die geeft recht op een uitkering als je je huidige vak niet meer kunt uitoefenen. Iets minder gebakken zit je als je verzekeraar uitgaat van ‘passende arbeid’. Je kunt dan alleen je verzekering aanspreken als je niet meer op een vergelijkbaar niveau aan de slag kunt. Kun je als sportleraar ook Nederlands geven, dan heb je pech.

Bij het begrip ‘gangbare arbeid’ moet je op je tellen passen. Je krijgt dan pas een uitkering als je überhaupt niet meer kunt werken. Als je als advocaat in theorie ook aan de slag kunt als vuilnisman, maar dit weigert, trekt de verzekeraar de deur in het slot.

Andere criteria waarin verzekeraars van elkaar verschillen zijn de maximale uitkeringsduur, de eindleeftijd (deze kan per beroep verschillen).

Al die verschillende criteria maken het lastig polissen te vergelijken. Maar het loont de moeite om verschillende offertes aan te vragen, want de verschillen zijn groot.