Op het absolute dalpunt in de herfst van 2005 kon je de hypotheekrente voor perioden van één tot vijf jaar vastzetten op zo'n 3,7 procent. Hoera! Maar voor sommigen is die vreugde van korte duur.

De afgelopen twee jaar is de hypotheekrente gestaag opgelopen. Vooral rentes die één tot vijf jaar vast staan zijn snel duurder geworden.

In het tweede kwartaal van dit jaar kostte het gemiddeld 5,5 procent om de rente voor korte tijd vast te zetten, bijna twee procentpunt meer dan drie jaar geleden, blijkt uit gegevens van De Nederlandsche Bank.

Op een hypotheek van twee ton scheelt 1,8 procent al gauw zo'n 3.600 euro bruto aan rentelasten. De hypotheekrenteaftrek beperkt de schade doorgaans met pakweg een derde. Maar op maandbasis is het verschil netto dan nog altijd zo'n 200 euro.

Dit extreme geval is echter niet representatief voor de situatie van de meeste huizenbezitters. Juist in de afgelopen drie jaar, toen de hypotheekrente weer langzaam begon op te lopen, kozen veel woningeigenaren ervoor de rente langere tijd vast te zetten.

Was het aandeel van renteperiodes van vijf jaar en langer bij nieuwe hypotheken drie jaar geleden nog minder dan 40 procent, inmiddels is dat opgelopen naar meer dan 60 procent. De trend onder huiseigenaren is al een tijdje richting langere rentevaste perioden

Moeten degenen die de rente voor vijf jaar of langer hebben vastgezet zich nu ook zorgen maken? Op verzoek van Z24 stelde intermediairorganisatie De Hypotheker lange-termijngrafieken van de vijfjaars- en de tienjaars hypotheekrente beschikbaar. (zie Lees Meer: In beeld - Op tijd ingestapt met de hypotheekrente?) Daaruit blijkt dat de schade voorlopig meevalt.

Kijk je naar de grafiek van de tienjaarsrente dan is er weinig aan de hand. Wie bijvoorbeeld medio 1998 de rente voor tien jaar vast zette, kon dat destijds doen voor zo'n 5,5 procent, vrijwel hetzelfde percentage als nu.

Woningbezitters die recentelijk voor vijf jaar vast kozen, komen er iets minder genadig vanaf. In het het derde kwartaal van dit jaar lag de gemiddelde vijfjaarsrente op 5,3 procent. Huiseigenaren die medio 2003, - ofwel vijf jaar geleden - de rente voor vijf jaar vastlegden, deden dat toen tegen gemiddeld 4,5 procent. Banken eisen momenteel dus zo'n 0,8 procentpunt meer.

Volg je de rente-ontwikkeling tussen 1998 en 2003 dan schommelden de vijf- en de tienjaarsrente in die periode tussen de 5 en 6 procent. Huiseigenaren die de rente destijds voor langer dan vijf jaar vast pinden, voelen de pijn bij oversluiten pas als de hypotheekrente over de hele linie fors boven de 6 procent stijgt.

De groep die tussen 2003 en 2007 voor langere rentevaste perioden koos, deed dat veelal tegen percentages tussen de 4 en 5 procent. Of deze groep huiseigenaren zich moet voorbereiden op fors hogere woonlasten, valt nog niet te zeggen.

Wie bijvoorbeeld medio 2005 voor een bodemrente van minder dan 4 procent zijn hypotheek financierde voor vijf jaar, kijkt nu tegen een potentieel 1,5 procentpunt hogere rente aan. Het uur van de waarheid is echter pas over twee jaar, medio 2010, als de nieuwe onderhandelingsronde met de bank plaats vindt.

Bij een langere rente-vasteperiode zijn er bovendien in veel gevallen verzachtende omstandigheden. Zo genieten de meeste huiseigenaren over perioden van vijf jaar of langer een hoger inkomen. Dat maakt het makkelijker om de last van een hogere hypotheekrente op te vangen.

Meer inkomen zorgt er ook voor dat je op een enig moment in een hogere belastingschijf valt en dus meer profijt hebt van de hypotheekrenteaftrek. Daar staat wel tegenover dat de waardestijging van je huis leidt tot een hogere woz-belasting.

Huiseigenaren die geheel of deels kozen voor de populaire spaarhypotheek, profiteren bovendien van een ingebouwde rente-demper. Bij spaarhypotheken zet je geld apart in een spaarpot tegen dezelfde rente als de hypotheekrente. Stijgt de hypotheekrente, dan gebeurt hetzelfde met de spaarrente. Dit laatste betekent dat je minder spaarpremie hoeft af te dragen om eenzelfde eindbedrag te halen voor de aflossing.

Niemand betaalt graag meer rente als hij moet heronderhandelen over z'n hypotheek. Maar daarmee is je financiële toekomst niet compleet gemaakt of gebroken.