Nu spaargeld niet zo veilig blijkt als altijd werd voorgespiegeld, is het extra interessant om te kijken naar alternatieven. Een vakantiehuisje kan een aantrekkelijke belegging zijn. Je investeert in vastgoed, beurt verhuuropbrengsten en kunt er bovendien – anders dan bijvoorbeeld bij aandelen – zelf van genieten.
Met foto’s van landelijke boerderijtjes, royale vrijstaande bungalows aan het water en luxe zwembaden proberen ontwikkelaars van vakantieparken consumenten aan te sporen een recreatiewoning te kopen.
In wervende brochures schemeren ze met hoge huurinkomsten en interessante fiscale voordelen. Maar of het echt zo lucratief is als wordt voorgespiegeld, valt nog te bezien.
Je kunt in Nederland een stenen recreatiewoning kopen vanaf ongeveer 50.000 euro. Wil je echt de ruimte hebben, dan moet je rekenen op minimaal een ton. In sommige gevallen is de grond hierbij inbegrepen, maar de meeste woningen kennen een erfpachtconstructie.
Wie een recreatiewoning wil kopen moet kiezen: is het louter voor privé-gebruik of wil ik het huisje (ook) verhuren? Het is belangrijk om die keuze al te maken voor je op huizenjacht gaat. Zelfs als eigenaar ben je namelijk niet altijd vrij om daarover te beslissen. De reden hiervoor is dat de meeste vakantiehuizen op een vakantiepark staan, dat eigen regels hanteert.
Bij sommige parken ben je verplicht je huis te verhuren; bij andere is het juist verboden. Er zijn ook parken die een grens stellen aan het aantal privé-overnachtingen.
Of een woning verhuurd kan worden, hangt bovendien af van de kwaliteit en ligging ervan. “Vakantiegangers worden steeds kritischer”, zegt Martijn Lehman, countrymanager Benelux bij verhuurorganisatie Interhome.
“Ze eisen dat een vakantiewoning aan dezelfde standaard voldoet als hun eigen huis. En liefst nog wat extraatjes heeft, zoals een goede oven, sauna of hot tub. Een stacaravanachtig chalet voldoet niet meer.”
Een ander aandachtspunt is de financiering van de woning. Niet elke bank is even scheutig met een hypotheek voor een tweede woning, zegt Oscar Noorlag, specialist compliance bij De Hypotheekshop.
Als ze voor zo’n huis al een hypotheek wil verschaffen, is het vaak minder dan 125 procent van de executiewaarde. Ook kijken banken extra kritisch naar de woning zelf: steen is duurzamer dan hout. En eigen grond heeft de voorkeur boven erfpacht.
De mogelijkheid om je huis te verhuren geldt als een pré, maar zolang de inkomsten niet gegarandeerd zijn, zijn banken huiverig om deze mee te tellen bij je bruto jaarinkomsten die dienen als basis voor de hypotheek.
De kans is dus groot dat je eigen geld in moeten brengen. Of een extra hypotheek moet nemen op je eerste woning, als daar overwaarde op rust.
Ook in fiscaal opzicht verschilt een vakantiehuisje van een gewone woning. Voor de Belastingdienst valt het pand onder box 3: de waarde ervan wordt dus meegenomen voor de vermogensrendementsheffing. De hypotheekschuld mag je in mindering brengen op het vermogen. Maar de hypotheekrente en onderhoudskosten zijn níet aftrekbaar.
Wil je de woning veel verhuren, dan kun je - onder voorwaarden - door de Belastingdienst worden aangemerkt als ondernemer en de nodige fiscale voordelen genieten (zie kader). Laat voor je een recreatiewoning aanschaft altijd even een fiscaal specialist doorrekenen hoe de situatie voor jou uitpakt.
Behalve voor de woning zelf en het onderhoud ervan, ben je nog meer kosten verschuldigd: gemeentelijke lasten, gas, water, elektra, telefoonaansluiting, erfpacht en eventuele servicekosten voor het park. Verhuur je je woning, dan ben je ook het nodige kwijt aan de inventaris en onderhoud, omdat aan zo’n woning hoge kwaliteitseisen worden gesteld.
Een deel van de kosten kun je terugverdienen met de verhuur. Je kunt proberen dit zelf te regelen, maar dat is erg arbeidsintensief en het is de vraag of je voldoende huurders kunt vinden. Een goed alternatief is een verhuurorganisatie, die over goede verkoopkanalen beschikt (internationale websites en reisgidsen) en bovendien veel extra zorgen uit handen neemt, zoals de administratie, reserveringen en de inning van huurgelden. Hiervoor wordt een vast percentage op de huuropbrengsten in mindering gebracht.
Sommige organisaties beschikken ook over kantoren in de buurt, die daarnaast zorgen voor sleuteloverdracht, schoonmaak, onderhoud en het verschonen van bedlinnen en handdoeken. Dit is uiteraard een stuk duurder (vaak zo’n 30 procent van de huurinkomsten), maar het scheelt veel rompslomp.
In de meeste gevallen zijn de opbrengsten gekoppeld aan de bezettingsgraad: hoe vaker je woning wordt verhuurd, hoe meer je incasseert. Maar bij sommige organisaties, zoals Landal GreenParks, kun je ook kiezen voor een gegarandeerd rendement. Je ontvangt dan – gedurende een beperkte periode - elk jaar vaste huurinkomsten.
Een voordeel van deze constructie is dat je verzekerd bent van een vast rendement. Ook hoef je niet bang te zijn voor onverwachte kosten voor onderhoud en vervanging van inventaris, want deze komen voor rekening van de verhuurorganisatie.
Een nadeel is dat je niet meeprofiteert als je woning vaker wordt verhuurd dan verwacht. Ook ben je verplicht het contract uit te dienen. Verder moet je beseffen dat de garantieperiode na enkele jaren eindigt. Of je ook daarna voldoende rendement haalt, moet je afwachten.
Martijn Lehman, die met Interhome de Nederlandse markt verder wil veroveren, ziet drie belangrijke klantgroepen: Duitsers, Nederlanders die een weekendje weg willen en andere Europeanen die met low cost airlines ons land bezoeken. Maar of je woning voldoende in trek zal zijn, valt vooraf moeilijk te voorspellen.
Wil je niet dat je vakantiehuis als een molensteen om je nek gaat hangen, zorg er dan voor dat je niet volledig afhankelijk bent van eventuele verhuuropbrengsten. Ook moet je je realiseren dat je met een recreatiewoning relatief veel vermogen in één vermogenscategorie - vastgoed - hebt belegd, zeker als je al een koopwoning hebt. Dat zorgt voor extra risico.
Zie een recreatiewoning daarom vooral als een luxe waarvan je zelf kunt genieten. Eventuele winst is mooi meegenomen.


