De beurskrach van 2008 hakt zwaar in op de buffers van pensioenfondsen. Herstelplannen zijn in de maak, maar de kans is groot dat veel fondsen de zogeheten indexatie een jaartje zullen overslaan. Ofwel: pensioenen zullen volgend jaar niet meegroeien met de lonen en prijzen. Al zijn er uitzondering, zoals verzekeraar Delta Lloyd.

Het klinkt abstract. Maar de gevolgen raken niet alleen gepensioneerden, maar ook werknemers. Zeker als ze onder een zogenoemde middelloonregeling vallen.

Middelloon
Tijdens de beurscrisis van 2002 en 2003 stapten veel pensioenfondsen over op het middelloonsysteem, waarbij je elk jaar een stukje pensioen opbouwt op basis van het loon in een gegeven jaar.

Dit gaat bijvoorbeeld als volgt. Stel je verdient 30 duizend euro bruto. Voor de pensioenopbouw trekt je pensioenfonds daar een bedrag af, ervan uitgaande dat je ook een AOW-uitkering van de overheid krijgt bij pensionering. Deze fictieve franchise is vaak iets hoger dan de feitelijke AOW-uitkering.

Een brutoloon van 30 duizend minus een franchise van 12 duizend euro, levert 18.000 euro op. Dat is de basis voor de pensioenopbouw. In een middelloon systeem bouw je een vast percentage pensioen op, gebaseerd op het feitelijke salaris dat je jaarlijks verdient.

Ga je uit van 2 procent pensioenopbouw per jaar, dan is het idee dat je in 35 jaar grofweg een een uitkering van 70 procent van je loon opbouwt.

Stijgt je loon jaarlijks met twee procent, dan ziet de pensioenopbouw er over drie jaar ongeveer zo uit.

Pensioenbasis (brutoloon minus franchise)

Pensioenopbouw (2%)

Jaar 1: € 18.000

€360

Jaar 2: €18.360

€367,20

Jaar 3: €18.727

€374,50

Totaal: €1.101,70

Door de inflatie raakt de waarde van de 360 euro die in het eerste jaar is opgebouwd met het verstrijken der jaren uitgehold. Daarom hanteren veel pensioenfondsen, onder voorwaarden, een indexatiesysteem. Dat wil zeggen dat het opgebouwde pensioen uit eerdere jaren, in principe jaarlijks, met een bepaald percentage wordt verhoogd.

Stel de jaarlijkse indexatie is twee procent, dan ziet het plaatje er zo uit.

Pensioenopbouw

Indexatie (2% per jaar)

Jaar 1: €360

Jaar 3 (2 maal 2% erbij)=€374,54

Jaar2: €367,20

Jaar3 (1 maal 2% erbij)=€374,54

Jaar3: €374,54

Jaar3=€374,54

Totaal: €1.123,62

Het verschil tussen pensioenopbouw zonder en met indexatie is in dit voorbeeld na drie jaar ruim 21 euro. Dat klinkt niet schokkend maar over een periode van 35 jaar loopt het verschil fors op.

Wat betekent het nu als het pensioenfonds een jaar niet indexeert?

Als het loon in jaar vier opnieuw twee procent stijgt, wordt de pensioenopbouw over dat jaar 382 euro. Normaal zou indexatie van het pensioen over de eerst drie jaar betekenen dat met terugwerkende kracht over jaar een, twee en drie ook 382 euro wordt opgebouwd.

Niet indexeren betekent dat de pensioenopbouw over de eerste drie jaar bevroren blijft, in dit geval op 374,54 euro per jaar.

Klein bedrag, groot gevolg
Duidelijk is dat iemand die net is begonnen met werken, niet veel last heeft van een jaartje niet indexeren. Maar bouw je al tien jaar pensioen op, dan hakt het er zwaarder in. Een jaar niet indexeren scheelt dan in bovenstaand voorbeeld 85 euro pensioen. Twee jaar geen indexatie brengt het gat op 182 euro, enzovoorts.

Ook dit klinkt niet alarmerend, maar wil je bovengenoemd pensioengat dichten dan moet je bijvoorbeeld zelf een bedrag opzij zetten dat jaarlijks 182 euro oplevert als je met pensioen gaat. Voor een spaarrekening die 4 procent per jaar biedt, betekent dat een kapitaal van 4.550 euro - en dat moet weer waardevast blijven.

Pensioengat repareren
Pensioen zelf repareren kan grofweg op twee manieren: via fiscaal voordelige regelingen zoals banksparen of een lijfrente. Voordeel hiervan is dat tijdens de opbouwperiode het vermogen niet is belast met de vermogensheffing van 1,2 procent in box 3.

Maar fiscale regelingen hebben ook een duidelijk nadeel. Ze kennen doorgaans namelijk de verplichting om de pensioenpot rond het 65-ste levensjaar in een lijfrenteuitkering te stoppen. Dit noopt in ieder geval tot een voorzichtige beleggingsstrategie in de jaren vlak voor je pensionering.

Alternatief is zelf sparen of beleggen. Dan betaal je jaarlijks 1,2 procent vermogensbelasting. Daarvoor krijg je wel meer zeggenschap over de pensioenpot. Als de beurs rond je pensionering net in een dip zit, is er geen plicht om de hele pensioenpot acuut in een uitkering te stoppen. Zelf doen betekent in ieder geval: ruimte om een beetje te smokkelen.