Het zou in deze crisisperiode hèt ultieme beleggingsinstrument moeten zijn: een beleggingsfonds dat niet alleen winst boekt in goede beurstijden, maar ook gedijt onder minder gunstig gesternte.

Zo’n fonds bestaat ook. Sterker nog: er zijn er tientallen, in verschillende gedaanten. Denk bijvoorbeeld aan fondsen die met putopties inspelen op koersdalingen. Zij brengen al naar gelang de marktomstandigheden verschuivingen aan tussen longposities (waarbij ze speculeren op koersstijgingen) en shortposities (gericht op dalingen).

Of ze hanteren de zogeheten ‘pair trade’-strategie, waarbij ze een longpositie in een fonds (bijvoorbeeld Shell) combineren met een even grote shortpositie in een concurrerend aandeel (bijvoorbeeld BP). Hierdoor worden sector- en marktinvloeden gemarginaliseerd, zodat de beheerder puur kan sturen op een goede aandelenselectie.

Andere fondsen proberen hun portefeuille minder gevoelig te maken voor koersdalingen door hun posities in barre beurstijden tijdelijk terug te brengen, wachtend tot de storm gaat liggen.

Verliezen dempen
Zo pluriform als de onderliggende strategieën zijn, zo uiteenlopend zijn de categorieën waaronder de betreffende fondsen zich scharen. Sommigen opereren onder de noemer 'long/shortfonds'; anderen gebruiken de term ‘absolute return fund’ of ‘hedgefonds’. En om het nog ingewikkelder te maken bestaan er ook short-trackers, die speculeren op een koersdaling van een bepaalde index.

Al deze fondsen, hoe verschillend ook, hebben één ding gemeen: ze hopen in een dalende markt eventuele verliezen te dempen en als het meezit zelfs winst te boeken. Vanwege het slechte marktsentiment vonden dergelijke fondsen het afgelopen jaar gretig aftrek.

Voor sommige beleggers pakte die keuze gunstig uit. Maar er zijn ook diverse fondsen die de ultieme test niet zonder kleerscheuren doorstaan. Van de zestien long-shortfondsen die fondsenspecialist Morningstar telt, staat de helft op verlies sinds de jaarwisseling. Bij de absolute-returnfondsen, die ongeacht de marktsituatie mikken op een positief nettorendement, is dit 37 procent.

Voor de zittende beleggers is hiermee pijnlijk duidelijk geworden dat deze fondsen niet zo veilig zijn als ze zich voordoen.

Illiquide
Fondsenanalist Freddy van Mulligen verklaart de waardedalingen van veel fondsen deels door het feit dat veel onderliggende instrumenten illiquide zijn geworden. Zo is de markt voor swaps grotendeels stil komen te liggen. Hierdoor kan soms geen prijs tot stand komen en dus de strategie niet meer uitgevoerd worden.

Bij sommige fondsen speelt ook het huidige grillige karakter van de beurzen parten. Neem het AHL Diversified Markets EU-fund. Dit hedgefdonds van de Britse aanbieder Man Investments werd afgelopen jaar door vriend en vijand geroemd vanwege haar jaarrendement van maar liefst 32,9 procent. Dit jaar staat het fonds echter op 10,2 procent verlies.

Managing director Willem Johannesma van Man Investments Nederland wijt deze omslag aan de tijdelijke afwezigheid van duidelijke trends in markten: “Met name de valuta- en obligatiemarkten zijn moeilijker.” Hij verwacht dat ‘zijn’ fonds de opgaande lijn weer zal oppakken zodra er meer consensus is over de richting van de markt. Dit mag ook een dalende markt zijn, want alleen een zijwaartse marktbeweging is voor dit fonds ongunstig.

Bleeders
Opmerkelijk is dat er ondanks deze moeilijke marktomstandigheden nog steeds fondsen bestaan die wel winst boeken. Een hiervan is het EV Smaller Companies Fund, een long/short aandelenfonds dat in het eerste kwartaal 8,4 procent rendement heeft behaald. De beheerders van dit fonds mogen een netto-longpositie aannemen van 0 tot 70 procent. In goede beurstijden voeren ze deze positie op. Bij een beursdip daarentegen wordt de positie verlaagd door meer shortposities aan de portefeuille toe te voegen.

Dat dit fonds (nog) geen averij heeft opgelopen, heeft diverse oorzaken, menen Charles Estourgie en Willem de Vlugt, partners bij Evaluation Capital Magagement. Allereerst leggen de beheerders zich toe op kleine beursgenoteerde bedrijven die niet bij veel analisten op de radar staan. Door deze bedrijven intensief te scannen hopen ze vooruit te lopen op grote koersbewegingen die veel smallcaps kenmerken.

Daarnaast hebben ze een richtlijn waarbij bleeders bij al te forse koersdalingen automatisch worden verkocht. Ten derde beperken de beheerders zich tot liquide, beursgenoteerde aandelen, zodat ze in geval van nood altijd hun posities kunnen afbouwen.

Trackrecord
Dit laatste element is een interessant punt om op te letten als je in een beleggingsfonds wil stappen dat ook bij een dalende markt overeind blijft. Let hierbij niet alleen op de liquiditeit van de onderliggende beleggingen, maar ook van het beleggingsfonds zelf. Kun je op elk gewenst moment uitstappen of zit je er voor langere tijd aan vast?

Een ander belangrijk selectiecriterium is de beleggingshorizon van het fonds. Sommige fondsen focussen zich op de middellange of zelfs lange termijn. Mik je op een snelle rit omhoog, dan is zo’n fonds wellicht niet zo’n goed idee.

En wat te denken van het trackrecord van het fonds en de beheerders? Een fonds dat al langer meegaat en zich in wisselende marktomstandigheden heeft bewezen is een absolute pré. Hetzelfde geldt voor consistentie in de beleggingsopbrengsten. Je portefeuille wordt minder stabiel met een fonds dat wild op en neer dijnt.

Bovenal is het van belang dat je snapt waar je je je geld in steekt. Waarin belegt het fonds precies? En volgens welke beleggingsfilosofie en -strategie? “Je moet begrijpen wat je doet. Dat is de les die we de afgelopen periode hebben geleerd”, zegt fondsenanalist Van Mulligen.