Het is een bekend bedrijfsprincipe bij banken en verzekeraars: eerst de klant binnen halen met aantrekkelijke aanbiedingen, dan zorgen dat hij relatief veel blijft, of gaat betalen - bewust of onbewust.

Ook in het geval van verzekeringen voor overlijdensrisico bezondigen banken zich aan het uitmelk-principe, signaleerde financiële vergelijkingssite Independer.nl maandag 3 augustus. Het gaat hierbij om verzekeringen die een som geld uitkeren bij overlijden van degene op wiens leven de polis is afgesloten. Doorgaans tegen betaling van een periodieke premie.

Overlijdensrisicoverzekeringen worden vaak afgesloten bij woninghypotheken. Hoofdreden is meestal het afdekken van de hypotheeklasten, zodat nabestaanden in een koophuis kunnen blijven wonen als één van de partners overlijdt.

Sinds 2008 is deze markt flink in beweging. Dat komt mede door de invoering van het zogenoemde banksparen afgelopen jaar. Banksparen maakt het voor huiseigenaren mogelijk om bij spaar- en beleggingshypotheken een losse overlijdensrisicoverzekering af te sluiten. Dat wil zeggen: je kan shoppen en hoeft niet bij de instelling waar je een hypotheeklening regelt, ook een overlijdingsrisicoverzekering af te sluiten.

Overlijdensverzekering goedkoper
Independer berekende dat de tarieven van verzekeringen die bij overlijden een vooraf vastgesteld kapitaal uitkeren, sinds 2007 gemiddeld ruim 30 procent goedkoper zijn geworden. Forse premiedalingen zijn onder meer bij Reaal, Cardif, Zwitserleven, ASR en Avero Achmea te zien geweest.

In eerste instantie profiteren alleen nieuwe afnemers van overlijdensrisicoverzekeringen van de lagere premies, want de prijsdalingen worden niet doorberekend aan bestaande klanten. Oude klanten blijven de oorspronkelijk afgesproken premie betalen.

Toch kunnen oude klanten wel degelijk mee profiteren, stelt Independer. Wie bijvoorbeeld in 2007 een overlijdensrisicoverzekering afsloot met een looptijd van dertig jaar, kan die nu oversluiten naar een verzekering met een looptijd van 28 jaar, die goedkoper is dan twee jaar geleden.

Uit een standaardberekening van Independer blijkt dat dit op de totale looptijd, afhankelijk van de aanbieder, vijfduizend tot vijftienduizend euro kan schelen. "Overstappen kost niets en kan meestal op maandbasis", stelt directeur Edmond Hilhorst . Consumenten moeten er wel rekening mee houden dat ze opnieuw medische vragen krijgen en mogelijk een keuring moeten doen.

Addertje hypotheekrente
Achterstelling van oude klanten is niet uniek voor overlijdingsrisicoverzekeringen Ook bij hypotheekrentes komt het veel voor.

Banken geven vaak rentekortingen op de hypotheekrente bij de eerste rentevaste periode. Momenteel komt dit onder meer voor bij de BankSpaarPlus hypotheek van Nationale Nederlanden en bij de Basishypotheek van ABN Amro in de vorm van een tijdelijke nieuwbouwkorting.

Kortingen op de hypotheekrente vervallen veelal als de eerste rentevaste periode afloopt en de klant z'n hypotheekrente opnieuw moet kiezen. Wie niet tevreden is met het aanbod van de eigen bank en overweegt over te stappen naar een andere aanbieder, kriijgt te maken met oversluitkosten die ontmoedigend kunnen werken.

Sommige hypotheekaanbieders profileren zich door juist géén onderscheid te maken tussen de hypotheekrente voor oude en nieuwe klanten. Obvion meldt bijvoorbeeld expliciet op zijn website dat er bij herziening van de rente geen onderscheid wordt gemaakt tussen nieuwe en bestaande klanten.

Trouwe spaarklant gewild
De strategie om oude klanten achter te stellen verschilt overigens per product. Gokken banken en verzekeraars er bij hypotheken en verzekeringen soms op dat bestaande klanten niet al te snel piepen, voor de spaarmarkt ligt dat heel anders.

Trouwe spaarklanten gelden als waardevol. Wie z'n spaargeld voor langere tijd vast zet, wordt meestal beloond met een hogere rente. Zo liggen de hoogste spaarrentes bij rekeningen zonder voorwaarden momenteel tussen de 3,5 en 3,75 procent bij Money You, NIBC Direct en Aegon Bank. Bij deposito's met een looptijd van één jaar en langer liggen de toprentes net wat hoger, tussen de vier en 5,1 procent.

Al geldt ook hier dat niet iedere bank dezelfde strategie voert. Zo werkt onder meer de Toprekening van ING met een introductiebonus van drie maanden die resulteert in een rente van 3,25 procent, op jaarbasis. Daarna gaat de spaarrente bij deze rekening met 0,5 procent omlaag tot 2,75 procent. In de hoop dat de klant niet meteen gaat bewegen.