De tijd dat één simpel telefoontje volstond om een consumptieve lening los te peuteren, lijkt voorbij. De kredietcrisis dwingt banken minder scheutig te worden met kredietverstrekking.
En áls ze geld uitlenen, zal dat mogelijk tegen een hogere rente gebeuren, aangezien banken zelf meer geld kwijt zijn voor hun eigen leningen. “De tarieven voor consumptief krediet zijn nog niet zo sterk gestegen als de geldmarktrente. Als de geldmarkttarieven hoog blijven, zullen banken vroeg of laat hun rentepercentages aanpassen”, zegt Peter van den Bosch, bestuurslid van de Vereniging van Financieringsondernemingen (VFN), een brancheorganisatie waar tachtig procent van de geldverstrekkers bij is aangesloten.
Vanaf april gaat de kredietkraan nog wat verder dicht. Dan scherpen alle VFN-leden de normen voor consumptief krediet aan. Zij zullen strenger dan ooit onderzoeken of een potentiële lener naast de schuldaflossing nog wel voldoende geld overhoudt om zijn vaste lasten en boodschappen te betalen.
Door deze maatregel kunnen consumenten met een modaal of lager inkomen straks moeilijker een lening krijgen. Vervelend voor wie op de pof een keuken wil bestellen, maar de maatregel beschermt consumenten wel tegen financiële problemen. Of niet?
De eerste vluchtroute dient zich al aan. Wie bot vangt bij een Nederlandse kredietverstrekker shopt straks gewoon over de grens. Nu is dat nog erg ongebruikelijk. Slechts één procent van de leningen wordt over de grens afgesloten. Dat kan echter veranderen.
Na vijf jaar gesteggel heeft het Europees Parlement afgelopen week een nieuwe richtlijn uitgewerkt die lenen in een ander EU-land eenvoudiger maakt. Elke geldverstrekker moet straks volgens dezelfde berekening de jaarlijks te betalen rente over zijn kredieten bekendmaken. Hierdoor kunnen consumenten het aanbod van verschillende banken beter met elkaar vergelijken. Verder kunnen spijtoptanten binnen twee weken van een nieuwe lening af.
De maatregel geldt voor alle kredieten tussen tweehonderd en 75.000 euro. Als de Europese raad van ministers het besluit bekrachtigt, gaat de maatregel binnen twee jaar in.
Dat lijkt goed nieuws voor de consument. Hij heeft immers baat bij een open en transparante markt. Maar er liggen ook gevaren op de loer.
Een bank die in Nederland leningen aanbiedt, is onderworpen aan streng toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Een buitenlandse partij kan hierdoor niet zomaar met misleidende reclame en malafide producten de Nederlandse markt bestormen.
Een buitenlandse geldverstrekker die in eigen land opereert en zich niet rechtstreeks richt tot de Nederlandse consument, heeft niets te maken met de AFM; alleen met de - soms soepeler - wetten in eigen land. Hierdoor krijgen consumenten mogelijk toegang tot kredieten met een luchtje. Of ze krijgen een lening die ze zich eigenlijk niet kunnen veroorloven, met alle gevolgen van dien.
Dat laatste is overigens ook in Nederland mogelijk. Twintig procent van de kredietverstrekkers is niet aangesloten bij de VFN en dus niet gebonden aan de verscherpte acceptatienormen voor kredieten.
Of de Nederlandse markt overspoeld zal worden door mistige kredietverleners, valt nog te bezien. Banken die leningen verstrekken aan klanten die deze niet kunnen aflossen, schieten in hun eigen voet.
Ook is het de vraag of de Nederlandse markt eigenlijk wel zo aantrekkelijk is voor buitenlandse partijen. Volgens VFN-topman Van den Bosch zijn de rentetarieven in ons land door de felle concurrentie dusdanig laag, dat nieuwkomers zich wel twee keer achter de oren zullen krabben voor ze hier gaan adverteren.
Maar dat banken zich vlak over de grens gaan vestigen om indirect de Nederlandse markt te bedienen, sluit Van den Bosch niet uit. Goed de kleine lettertjes lezen wordt dan voor de consument belangrijker dan ooit.