De Europese verzekeringspas, de EHIC is sinds januari 2006 gratis aan te vragen bij iedere zorgverzekeraar. Met deze pas hebben verzekerden in het buitenland recht op dezelfde hulp als in Nederland. Deze pas is een bewijs dat de persoon in Nederland verzekerd is. De rekening van het medische bezoek gaat direct naar de verzekeraar, er hoeft niets te worden voorgeschoten.

Bij een beenbreuk of een acute blindedarm ontsteking maakt het niet uit of de verzekerde een Europese of zijn eigen zorgpas bij zich draagt. Het verschil tussen de twee passen schuilt voor de verzekerde in de kleine, minder spoedeisende ingrepen. Met een Nederlandse zorgpas worden bezoeken aan een arts in het buitenland wel vergoed, maar dient de verzekerde dit zelf eerst voor te schieten. Een heftige aanval van hooikoorts of darmkrampen kunnen dus nogal in de kosten lopen. Met de Europese zorgpas wordt dit meteen verrekend met de verzekering.

De pas wordt echter maar mondjesmaat aangevraagd. Op de websites van de verzekeraars is de informatie moeilijk te vinden en wat er staat, is summier. Dit is ook de consumentenbond opgevallen. De bond signaleert dat weinig consumenten op de hoogte zijn van het bestaan van de pas en ook niet weten waarom ze zo'n pas moeten hebben.

Vanuit Zorgverzekeraars Nederland wordt de pas niet actief gepromoot. De vereniging verklaart dat de hulp die de pas biedt al binnen de Nederlandse zorgverzekeringswet valt. De Europese pas zou dubbelop zijn.

Ook zorgverzekeraar Achmea is niet blij met de pas: "Het is voor klanten oncomfortabel en niet nodig. Het is vanuit de Europese Unie besloten, dus wij zijn verplicht de pas te verstrekken wanneer klanten erom vragen. Maar al onze verzekerden zijn in het buitenland al goed gedekt door onze eigen alarmcentrale. Die kunnen ze in geval van nood bellen, dan wordt alles door hen geregeld," volgens de woordvoerder.

Bij navraag bij verschillende alarmcentrales blijkt inderdaad dat de dekking van spoedeisende hulp vanuit het buitenland grotendeels samenvalt met de dekking die de Europese kaart biedt. Iedere verzekerde heeft een Nederlandse pas met daarop het nummer van een alarmcentrale.

De twee passen werken anders. Maakt de verzekerde gebruik van de alarmcentrale dan regelt deze de hulp. De verzekerde belt de alarmcentrale en geeft de situatie door. De alarmcentrale stuurt vervolgens de verzekeringsgegevens naar het betreffende land. Wat er wel en niet gedekt is, wordt bepaald door het soort verzekering die is afgesloten.

De Europese kaart is een universeel bewijs van verzekering. In de Europese Unie, Zwitserland en Australië kan de verzekerde de pas tonen aan de hulpverlenende instantie. De rekening wordt dan direct aan de verzekering verstuurd. De verzekerde is met de pas verzekerd van basishulpverlening, zoals deze ook in Nederland geldt.