Zo nu en dan duiken onderzoeken op waaruit blijkt dat slechts een handjevol beleggingsfondsen erin slaagt de index waaraan zij zich spiegelen te verslaan. Zo vergeleek John Bogle, oprichter van Vanguard Group (de grootste aanbieder van indexfondsen in de Verenigde Staten) de prestaties van 355 aandelenfondsen tussen 1970 en 2005 met het verloop van de S&P 500-index.
Wat bleek? Van de 132 fondsen die die periode overleefden, waren er maar 24 (ofwel één op de zes) die de index klopten. Achtenveertig fondsen kwamen uit op een vergelijkbaar rendement en zestig presteerden slechter.
Liefst 223 fondsen werden voortijdig opgedoekt. In elk geval een indicatie dat dit niet de sterkste fondsen waren.
Je zou hieruit kunnen concluderen dat het helemaal geen zin heeft om in een beleggingsfonds te stappen dat actief wordt beheerd. Maar dat is wellicht te kort door de bocht. Er zijn fondsen die jaar in jaar uit bovengemiddeld presteren en waarde toevoegen ten opzichte van bijvoorbeeld een indexfonds.
Maar een goed rendement staat of valt in dergelijke gevallen met de selectie van aandelen of obligaties. Belangrijk is dan: wie zit er aan de knoppen en vooral hoelang?
Op Z24 kun je bij Fondsen24 opzoeken wie de beheerder is van een beleggingsfonds en hoe lang die er zit. Een fonds met weinig verloop heeft als voordeel dat je als belegger niet om de haverklap geconfronteerd wordt met nieuwe managers die mogelijk voor ongewenste verrassingen zorgt.
De twee grootste beleggingsfondsen van ons land kennen zo’n traditie: Fortis OBAM heeft sinds de beursgang in 1954 slechts vier beheerders gehad. De huidige beheerder, Rolf Stout, staat sinds 1989 aan het roer. Bij Robeco staat de teller na bijna tachtig jaar op zes beheerders.
Belangrijk is ook de achtergrond van de beheerder. Niet elke fondsaanbieder is daar even openhartig over. Sommige banken hebben op hun website een uitgebreid cv geplaatst, terwijl andere zelfs geen naam vermelden.
Maar als bekend is hoe lang de huidige beheerder op zijn plek zit, kun je in elk geval zien of hij ooit een beurscrisis heeft meegemaakt en hoe hij het fonds door die periode heeft geloodst. En als de beheerder eerder een ander fonds heeft bestierd, kun je checken hoe het daarmee is vergaan.
Sommige beheerders hebben zich in een regio of nichemarkt verdiept. Zij kennen deze markt door en door en kunnen hierdoor outperformen. Dat klinkt mooi, maar er kleven ook risico’s aan. Wat als de beheerder vertrekt? Staat er in de coulissen een kloon klaar of moet de opvolger helemaal opnieuw beginnen?
Verder is het beleggingsbeleid van belang. Wijkt een beheerder sterk af van de index waaraan het fonds zich spiegelt (de benchmark) of zit hij er bijna aan vastgekleefd? In het laatste geval voegt hij weinig aan zo’n fonds toe en kun je wellicht beter in een indextracker stappen. Zo’n fonds volgt een index nauwgezet en is hierdoor goedkoper.
Een ander criterium is het stempel dat een beheerder op een fonds drukt. Sommige fondsen werken met strikte beleggingsmodellen, die door eventuele opvolgers eenvoudig zijn te kopiëren. Bij andere fondsen krijgt de beheerder meer vrijheid om een eigen koers te varen.
In het laatste geval kan het fonds zijn koers verleggen als de beheerder vertrekt. Dat gebeurde vijf jaar geleden bij Robeco, toen boegbeeld Jaap van Duijn werd opgevolgd door Mark Glazener. Van Duijn was een echte macro-econoom die koos voor een top-downbenadering, waarbij hij eerst de meest kansrijke regio’s en bedrijfstakken selecteerde en daarna pas de daarbij horende aandelen.
Glazener daarentegen werkt bottum up: hij begint bij de kwaliteit en toekomstkansen van individuele ondernemingen. Door deze arbeidsintensieve werkwijze heeft Glazener zich ook omringd met een team, terwijl Van Duijn meer solistisch opereerde.
Verder is met de komst van Glazener het risicoprofiel van Robeco licht veranderd. “Het fonds is wat conservatiever geworden”, zegt hij. “We zijn er wat meer op gericht om uitslagen omlaag te voorkomen. Dat betekent ook een geringere kans op uitslagen omhoog.”
Wat volgens hem gebleven is, is de persoonlijke touch van de beheerder: “Aandelen selecteren vereist een persoonlijke inschatting. We hebben wel centraal een methodiek afgesproken, maar de interpretatie daarvan en de visie op de toekomst blijft persoonlijk.”


