Aandelenbeleggers liggen op de pijnbank. De MSCI World Index moest de eerste jaarhelft 14 procent prijsgeven en ook onze eigen AEX-index gleed fors (met 17 procent) onderuit. Daartegen afgezet hebben hedgefondsen een stuk beter gepresteerd.
Een index van 2000 hedgefondsen, samengesteld door het Amerikaanse onderzoeksbureau Hedge Fund Research, zakte in diezelfde periode met ‘slechts’ 0,75 procent. Een hedgefundindex van Morningstar, waarin 1000 grote hedgefondsen zijn opgenomen, boekte zelfs lichte (0,3 procent) winst.
Geen wonder dat veel beleggers met interesse naar dit marktsegment kijken. In het tweede kwartaal stroomden er wereldwijd 12,5 miljard verse dollars naar de hedgefondsindustrie. De toename is daarmee lager dan in recordjaar 2007, maar de belangstelling blijft groot.
De term hedgefonds is afgeleid van het Engelse ‘hedge’, dat ‘afscheiden’ betekent. En dat is ook precies wat een hedgefonds doet: het schermt risico’s af en probeert zo onder alle marktomstandigheden, over een langere termijn, een gemiddeld positief resultaat te behalen. Dit in tegenstelling tot traditionele aandelenfondsen, die er enkel naar streven een bepaalde index (benchmark) te verslaan.
Meestentijds bereiken hedgefondsen hun doelstelling ook. Sinds 1990 hebben zij slechts één jaar (2002) met verlies afgesloten. De overige jaren boekten zij winst.
Zij doen dit met verschillende soorten strategieën. Fondsenspecialist Morningstar onderscheidt maar liefst 15 verschillende categorieën, verdeeld over vijf marktsegmenten. Om het wat overzichtelijker te maken, splitst Manengu Peters, partner bij Attica Vermogensbeheer in Amsterdam (die onder andere twee funds of hedgefunds beheert), de fondsen in twee hoofdgroepen: fondsen met een directioneel karakter en non-directionele fondsen. Non-directionele fondsen opereren onafhankelijk van de richting van de financiële markten. Zij houden zich bijvoorbeeld bezig met kredietverlening aan bepaalde nichemarkten.
Directionele fondsen daarentegen zijn wat gevoeliger voor het marktsentiment. Zij dekken bijvoorbeeld longposities in aandelen af door shortposities aan te gaan. Via dergelijke constructies bouwen ze aan de onderkant van de portefeuille bescherming in, waardoor ze ook bij een dalende beurs winst kunnen boeken; of in elk geval eventuele verliezen beperken.
Behalve de mogelijkheid om ook bij een mager marktsentiment winst te boeken, ziet Peters nog meer voordelen aan hedge funds. Zo geniet de beheerder meer vrijheid. Hij mag in mindere tijden meer liquiditeit aanhouden, terwijl een traditionele fondsbeheerder vaak gebonden is aan een maximum. Daarnaast kunnen hedgefondsen met geleend geld beleggen en zo meer geld genereren; als alles goed gaat.
Er kleven echter ook nadelen aan hedgefondsen. Ze zijn bijvoorbeeld veel duurder dan traditionele beleggingsfondsen. Een doorsnee aandelenfonds vraagt ongeveer 1 procent beheerkosten per jaar. Bij een hedgefonds bedraagt de beheerfee al gauw 2 procent en daar komt veelal nog een resultaatafhankelijke fee van zo’n 20 procent bovenop. Als daar een veel hoger rendement en lager risico tegenover staat, zul je daar waarschijnlijk niet om malen. Maar valt het rendement tegen, dan is dat wel even slikken.
Een ander nadeel is het ondoorzichtige karakter van de sector. De gevolgde strategieën zijn voor een leek vaak lastig te doorgronden. Daarnaast vallen veel fondsen buiten het reguliere toezicht van de Autoriteit Financiële Markten, omdat ze een instapdrempel van meer dan 50.000 euro hanteren. Zij hoeven bijvoorbeeld niet regelmatig te rapporteren.
De belegger in hedge funds moet er verder rekening mee houden dat hij niet op elk gewenst moment zijn stukken kan verkopen. Sommige fondsen kennen slechts één in- en uitstapmoment per jaar. En enkele andere fondsen zijn het afgelopen jaar bevroren, wegens magere resultaten; zoals recentelijk het Global Opportunities Fund van Go Capital.
Ook verdwijnen geregeld fondsen van het toneel. In het eerste kwartaal werden wereldwijd 170 fondsen opgedoekt, 1,68 procent van het totale aanbod. Op zich is dat niet vreemd, want hoewel veel hedge funds de risico’s juist indammen, zijn er ook fondsen met een speculatiever karakter. Denk bijvoorbeeld aan de fondsen die met veel geleend geld hebben belegd in de Amerikaanse hypotheekmarkt en door de kredietcrisis in problemen zijn geraakt.
Dit alles betekent overigens niet dat een hedgefonds geen waardevolle aanvulling in je portefeuille kan zijn. “Voor de vermogende belegger met een goed gespreide portefeuille die wat extra rendement wil halen bij een dalende beurs, kan het een alternatief zijn”, meent Freddy van Mulligen, fondsanalist bij Morningstar. “Maar”, zo voegt hij eraan toe, “voor anderen is een spaarrekening momenteel interessant”.
Wie toch in een hedgefonds wil stappen, moet wel het kaf van het koren scheiden. Een manier om dat te doen is kiezen voor een fund of fund: een mandje van verschillende hedgefondsen. Daarmee breng je meer spreiding in je portefeuille aan en loop je dus minder risico als een van de fondsen in de problemen komt. Ook kennen dergelijke fondsen vaak een lager instapniveau.
Verder moet je je vooraf bedenken of je voorkeur uitgaat naar een offensiever of een wat meer defensief hedgefonds. En, zoals met elke beleggingsvorm, moet je zeker weten dat je je belegde vermogen langere tijd kunt missen.