De meeste mensen bouwen pensioen op via de baas, maar het kan ook anders. Bijvoorbeeld met een lijfrenteverzekering of een spaarverzekering. De keuze hangt helemaal af van individuele omstandigheden.
Een slimme pensioenspaarder zoekt eerst uit wat zijn uitgaven zullen zijn op het moment dat hij stopt met werken. Zijn de kinderen tegen die tijd de deur uit? Zijn ze klaar met studeren? Hoe groot is de hypotheeklast nog? De kans is groot dat er minder kosten zijn. En daar kun je het inkomen, lees het pensioen, dus op aanpassen.
Als je al gespaard hebt voor de oude dag, moet je dat in kaart brengen voor een realistische berekening van wat je nog mist aan besteedbaar inkomen als je stopt met werken. Inventariseer wat het pensioen is dat je bij eerdere werkgevers hebt opgebouwd en wat de waarde is van lijfrenteverzekering en spaarverzekeringen die je al hebt. Je moet overigens ook vaststellen op welke leeftijd je met pensioen wilt. Of kunt.
Vanaf je 65e levensjaar heb je recht op AOW. Dat is jaarlijks ongeveer 8.000 euro bruto per persoon bij gehuwden en 12.500 euro bruto voor alleenstaanden. Als je jaren in het buitenland hebt doorgebracht is het bedrag overigens lager. Voor elk jaar dat je niet in Nederland was en geen premie betaalde lever je één-vijftigste deel in.
Als je weet wat je nu al voor de oude dag hebt gespaard en wat je uitgaven ongeveer zullen zijn, dan kun je bepalen hoeveel je nog moet opbouwen. En dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld met de lijfrenteverzekering of de spaarverzekering . Verder kan er geld opzij gezet worden door te sparen bij een bank of te beleggen. Minder bekend is pensioen opbouwen met een levensloopregeling of via banksparen.
Het voordeel van een lijfrenteverzekering is dat de premie aftrekbaar kan zijn van het inkomen voor de loonbelasting. Als dat zo is, dan moet je wel belasting betalen over je lijfrenteuitkering, het bedrag dat je na je pensioen maandelijks op je rekening krijgt. De waarde van deze verzekering is tijdens de looptijd niet belast. Er is een berekening voor nodig om na te gaan of de premie aftrekbaar is; op de website van de belastingdienst vind je een rekenprogramma 'Lijfrentepremieaftrek'.
Een lijfrenteverzekering sluit je af om jaarlijks een vast bedrag te laten uitkeren, voor een bepaalde tijd (van minimaal vijf jaar), of voor de rest van je leven. Rekenvoorbeeld: Als je vanaf je 65e voor de rest van je leven jaarlijks 1.000 euro wilt laten uitkeren, dan is er op dat moment een lijfrentekapitaal nodig van 12.500 euro (uitgaande van een rekenrente van 4%).
De premie die je jaarlijks moet voldoen om het benodigd lijfrentekapitaal op het 65e jaar te hebben 'gespaard' hangt af van de duur dat je de premie voldoet, de tijd die nog resteert tot je 65e jaar, de kosten van de verzekeraar en het rendement op de verzekering.
Bij een spaarverzekering is de premie niet aftrekbaar. Bovendien is de waarde van een nieuwe verzekering jaarlijks als vermogen belast in box 3. Daarover betaal je dus per persoon 1,2% belasting over het vermogen dat groter is dan 20.315 euro.
Bij een bank kun je vermogen sparen. Ook kun je door te beleggen je vermogen vergroten. Ook dan is de waarde van het saldo jaarlijks belast in box 3. Wil je van je 65e jaar tot je 85e jaar elke jaar netto € 1.000 ontvangen dan is er op het 65e jaar een netto bedrag van ongeveer € 13.400 nodig.(bij een rente van 4%)
Dan is er de levensloopregeling. Daarvoor moet je werkgever wel de mogelijkheid bieden. Eenvoudig gezegd mag je maximaal per jaar 12% van je jaarlijks brutoloon sparen op een geblokkeerde spaarrekening tot maximaal 210% van je bruto loon op jaarbasis. Als je eerder stopt met werken kun je jaarlijks een bedrag van maximaal het brutoloon op jaarbasis opnemen. Hier moet dan wel loonbelasting over voldaan worden
Het banksparen werkt fiscaal het zelfde als een lijfrenteverzekering. Een voordeel kan liggen in lagere kosten die een bank berekent en bij overlijden is het resterend spaarsaldo voor de erfgenamen. Een nadeel is dat de uitkering stopt als het saldo van de bankspaarrekening op is terwijl een lijfrente in principe levenslang kan uitkeren.
Denk bij je pensioen overigens niet alleen aan het inkomen voor de oude dag, maar ook aan het inkomen voor nabestaanden als je overlijdt, er geen inkomen meer is en dus ook geen of minder pensioen voor de nabestaanden. Daar kun je je voor verzekeren.
Kom je er zelf niet uit dan kun je een onafhankelijk financieel planner in de arm nemen om uit te zoeken wat voor jou de beste manier is om voor je pensioen te sparen. Als je zelf het voorwerk doet kan je de kosten van het advies beperkt houden.
Vraag: 'Is achtergesteld deposito altijd een slecht idee?'
Vraag: Kan ik de WOZ-waarde van een winkelpand aanvechten?
Vraag: 'Moet ik nu in defensieve aandelen stappen?'
Vraag: Bedot bij bedrijfsovername. Wat nu?
Vraag: Wat doe je met de overwaarde van je woning?
Vraag: Hoe kan ik speculeren op de valutamarkt?
Vraag: Z24 expert: Erfbelasting voor samenwonenden


5 reacties
Toon 1 tot 3: