Opkomende markten zijn zoals het woord al terecht zegt opkomend, al leek de term vorig jaar minder gepast. Maar je zou de opkomende economieën dan ook moeten beoordelen op heel lange termijn.
Term BRIC
De Amerikaanse bank Goldman Sachs kwam in 2001 met het acroniem BRIC wat staat voor Brazilië, Rusland, India en China. Deze snelgroeiende economieën zouden volgens het rapport uit 2001 in 2050 zijn uitgegroeid tot het economische machtsblok van de wereld.
Wie sinds 2001 in deze landen belegd had, was er niet slechter van geworden. Zelfs na de crisis van 2008 zou je inleg van 2001 nog steeds ruim het dubbele waard zijn. De keerzijde is dat het geen rechte weg omhoog is. Sterker nog, de weg omhoog lijkt behoorlijk op een achtbaan.
Het risico dat hierbij om de hoek komt kijken, is dat opkomende landen fondsen populair worden op het moment dat ze alweer een langere tijd hard gestegen zijn. Exact zoals het nu ook weer gebeurt.
Bezig met inhaalslag
Sinds begin dit jaar zijn opkomende-landenfondsen bezig aan een inhaalslag. Rendementen oplopend tot wel 70 tot 80 procent. Dat trekt direct de aandacht. Daarmee zijn de verliezen van 2008 nog lang niet goed gemaakt voor degenen die er ruim een jaar geleden in zijn gestapt.
De huidige rally in opkomende markten is dus vooral het gevolg van het feit dat de landen vorig jaar zo ongenadig hard zijn afgestraft. Met name de twee hardst getroffen: Rusland en Brazilië. Landen die met de oorsprong van de crisis feitelijk weinig van doen hadden.
Rusland en Brazilië
Rusland kreeg halverwege 2009 zijn eigen problemen waaronder de conflicten in Georgië waardoor buitenlandse investeerders zich terugtrokken. Daarna gooide vooral de dalende olieprijs roet in het eten voor de Russische beurs, die voor een groot deel bestaat uit oliegerelateerde bedrijven. Eind vorig jaar was Rusland veruit de goedkoopste aandelenmarkt ter wereld met een koers-winstverhouding van ongeveer 2,5 tot 3. Je hoefde dus geen genie te zijn om te berekenen dat er een herstel moest komen.
Hetzelfde geldt voor Brazilië dat net als Rusland vooral is getroffen door de daling van grondstofprijzen. Beide landen zijn belangrijke exporteurs van olie, gas, ijzererts en veel andere grondstoffen.
Beter in grondstoffenfondsen?
Dit roept direct de vraag op of het niet beter is om in grondstoffenfondsen te beleggen dan in opkomende landen. Het antwoord is nee. Voor een aantal opkomende landen geldt zeker dat ze een grote weging hebben in de grondstoffensector. Maar waar je juist van wil profiteren op lange termijn is de opkomst van de middenklasse in opkomende economieën.
China en India
Neem bijvoorbeeld China en India. In deze twee naties woont ruim één derde van de totale wereldbevolking. De toenemende welvaart in die landen zal een belangrijke drijfveer gaan vormen voor de verdere economische groei in de wereld. Als slechts 10 procent van de bevolking in die landen toetreedt tot de middenklasse – zoals wij die hier in het Westen kennen – praten we al gauw over net zo veel mensen als er in de gehele Verenigde Staten wonen.
Op dit moment is China al de derde economie ter wereld. Het is dus een kwestie van tijd. Deze landen gaan onverminderd hun deel van de welvaart opeisen. Ze willen allemaal een auto, beter eten, mooier wonen, op vakantie en luxe. Dat is overigens niet alleen maar goed nieuws, want het brengt ook de nodige serieuze problemen met zich mee. Denk daarbij aan de voedselproblematiek en het milieu.
Heel groot gevaar
Er schuilt nog een heel groot gevaar. Veel lange termijn beleggingstrends - zoals de opkomst van de BRIC-landen -, worden vaak op kortere termijn gehyped. Zo introduceerde bijna elke zichzelf respecterende bank of fondsinstelling wel een BRIC-fonds en ‘losse’ Brazilië-, Rusland-, India- en China-fondsen in de afgelopen jaren. Deze worden wereldwijd via banken ‘verkocht’ met het verhaal zoals ik het hierboven heb beschreven.
Met als gevolg dat er ongekende geldstromen in de fondsen komen wat op korte termijn de koersen enorm doet opdrijven. Er volgt dan vaak een correctie of erger een heftige crisis (en daar hebben ze er nogal wat van gehad in veel van de bewuste landen), om vervolgens weer de rit omhoog te maken en het hele proces begint weer van voor af aan. Per saldo verdienen beleggers er niets aan omdat ze op de top zijn ingestapt en veelal op de bodem uitstappen.
Tegen stroom in beleggen
Dit betekent dat je heel berekend te werk moet gaan als je in opkomende markten wil beleggen. Tegen de stroom in beleggen. Koop als iedereen verkoopt en stap uit als iedereen koopt. Heb je hier geen zin in, beleg dan echt voor de lange termijn. Dus instappen en afblijven en de tussentijdse achtbaan uitzitten. Dat zal niet iedereen even makkelijk afgaan kan ik uit ervaring zeggen.
Nog beter af ben je, als je niet heel specifiek in de BRIC-landen belegt, maar in een veel breder emerging market-fonds dat in meerdere opkomende landen belegt. Of een wereldwijd beleggend aandelenfonds dat een hoge weging kent naar opkomende markten.
Er zijn namelijk ook veel westerse bedrijven die een groot deel van hun omzet halen uit opkomende markten. Dit klinkt raar, maar hoe specifieker het fonds, des te groter het gevaar. Je wil het liefst een fonds dat zoveel mogelijk keuzes voor je uit handen neemt. Terug naar de roots van het nut van het instrument beleggingsfonds.