Ga je samen een huis kopen of komen er kinderen dan is trouwen verreweg het makkelijkst, hoor je vaak. Wat zijn eigenlijk de verschillen tussen trouwen, het geregistreerd partnerschap en samenwonen met een samenlevingscontract?
Even afgezien van romantische of kerkelijke aspecten lijken het huwelijk en het geregistreerd partnerschap veel op elkaar. Het geregistreerd partnerschap is oorspronkelijk bedacht voor mensen die niet mochten trouwen omdat zij van hetzelfde geslacht zijn. Maar omdat heterostellen niet gediscrimineerd mochten worden, is het geregistreerd partnerschap ook voor hen opengesteld. Toen korte tijd later het homohuwelijk werd ingevoerd, was het geregistreerd partnerschap eigenlijk overbodig geworden. Afgeschaft is het tot nu toe echter niet.
Waarom je hier nog voor zou kiezen? "Dat is inderdaad een goede vraag," zegt Robert Salomons, notaris te Andel en voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, “maar ja: er wordt nog steeds gebruik van gemaakt. Er is een groep die uit emotionele overwegingen niet wil trouwen. Het geregistreerd partnerschap kan dan uitkomst bieden.”
In 2006 zijn volgens het CBS 73.607 huwelijken gesloten en 10.763 partnerschappen geregistreerd. Dat zijn meer huwelijken dan een jaar eerder, maar minder partnerschapsregistraties. Volgens het CBS trouwen er meer mensen als het goed gaat met de economie. Per 1 januari 2007 waren van de 16 miljoen Nederlanders 6,9 miljoen mensen getrouwd of als partner geregistreerd, 7,5 miljoen mensen waren ongetrouwd en bijna 900 duizend mensen waren weduwe of weduwnaar. Ruim 1 miljoen mensen waren gescheiden.
Door te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan, wordt een aantal zaken wettelijk vastgelegd. Zo zijn partners verplicht voor elkaar te zorgen en naar draagkracht bij te dragen aan de kosten voor de huishouding. Gaan ze uit elkaar, dan kan er een alimentatieplicht ontstaan. Beide partners zijn automatisch elkaars erfgenaam.
Kinderen die binnen een huwelijk geboren worden, zijn automatisch familie van beide ouders. Kinderen geboren binnen een geregistreerd partnerschap vallen automatisch onder het gezag van beide ouders, tenzij er een andere vader is. Om ervoor te zorgen dat het kind ook familie wordt van de vader, moet hij het kind wel nog erkennen.
Zowel een huwelijk als een gegegistreerd partnerschap sluit je bij de burgerlijke stand. Voor beide vormen moet je uiterlijk een maand van te voren in ondertrouw gaan en heb je getuigen nodig.
Uit elkaar gaan is bij een geregistreerd partnerschap wel veel minder gedoe. Dat kan een voordeel zijn, aangezien één op de drie huwelijken strandt. Een huwelijk moet altijd door een rechter worden ontbonden. Je moet hiervoor advocaten inhuren en proceskosten betalen. Dat kan flink in de papieren lopen.
Bij een geregistreerd partnerschap hoeft je alleen naar de rechter als maar één van de partners van de overeenkomst af wil. Zijn partners het eens dan is het voldoende een notaris of advocaat een beëindigingsovereenkomst op te laten stellen.
Een huwelijk kan bij de burgerlijke stand worden omgezet in een geregistreerd partnerschap en vervolgens zonder tussenkomst van de rechter worden ontbonden. Dit is de zogenoemde flitsscheiding. De flitsscheiding is een bijeffect van het geregistreerd partnerschap.
Onlangs heeft de Tweede Kamer ingestemd met het afschaffen van deze mogelijkheid. De Eerste Kamer moet hier echter nog mee instemmen. Pas als dat is gebeurd en de wet in het Staatsblad is gepubliceerd, is de flitscheiding echt van de baan. (Wees dus snel, wil je er nog gebruik van maken!)
Het probleem met de flitsscheiding is dat deze manier van scheiden in het buitenland zo’n beetje nergens erkend wordt. “Dat kan vervelend zijn als je opnieuw wilt trouwen, maar bijvoorbeeld ook als je een huisje koopt in Frankrijk en dat toch opeens nog in de gemeenschap van goederen valt,” licht Salomons toe.
Het kabinet beloofde de Tweede Kamer vorige maand wel met een wetsvoorstel te komen om toch een eenvoudigere manier van scheiden zonder advocaten mogelijk te maken.


