Na twee jaar komt hij weer terug: de subsidie op zonne-energie. Het kabinet heeft 46 miljoen euro gereserveerd om gezinnen met zonnepanelen financieel bij te staan.

Anders dan bij de eerdere subsidieverlening krijg je nu geen korting op de panelen, maar een vergoeding voor geleverde stroom. Je moet de panelen dus voorschieten en verdient dit bedrag gaandeweg terug.

Wie voor subsidie in aanmerking komt, ontvangt voor de elektriciteitsproductie van zijn zonnepanelen 33 cent per kilowattuur.

Daarnaast betaalt het energiebedrijf een vergoeding van 23 cent per kilowattuur. Dat laatste kan indirect gebeuren (waarbij de elektriciteitsmeter van reguliere stroom terug loopt als je zonne-energie gebruikt) of via registratie met een speciale meter die bijhoudt hoeveel energie je gebruikt en terug levert aan het net. Tezamen levert dit 56 cent per kilowattuur subsidie op.

Het is de bedoeling dat je met de subsidie de investering in zonnepanelen in vijftien jaar terugverdient. Een set van vier vierkante meter zonnepanelen kost 2.800 euro, exclusief installatie. Dit levert per jaar ongeveer 320 kilowattuur elektriciteit op. Uitgaande van de huidige tarieven ontvang je over vijftien jaar 1.584 euro van de overheid en een slordige 1.100 euro van het energiebedrijf, waarmee je aan het eind van de rit break even draait.

Het kan sneller gaan, als je gebruik maakt van dag- en nachttarieven, aangezien de zonne-energie wordt geleverd tijdens het dure dagtarief.

Na vijftien jaar begint je investering harde euro’s op te leveren. Of dat ook gebeurt, hangt af van de kwaliteit van de panelen. De onderhoudskosten zijn naar verluidt nihil, maar bij een defect kunnen de kosten hoog oplopen. De meeste systemen gaan zo’n 25 jaar mee; daarmee zit het wel snor. Maar fabrikanten geven die garantie doorgaans niet, zodat je hoge reparatiekosten riskeert als je een ondeugdelijk product hebt gekocht.

Een goed zonnepaneel uitkiezen is echter niet eenvoudig. Nederland is dol op keurmerken, maar voor zonnepanelen, bestaat er nog geen. Zonnepanelen moeten voldoen aan elektrische veiligheidseisen en that’s it.

Ook de installatiekosten kunnen het rendement drukken. Volgens het ministerie van VROM bedragen die 200 euro voor een paneel van 700 euro op een goed toegankelijk schuin dak. Maar wie een groot systeem op een moeilijk bereikbare plaats laten installeren, is aanzienlijk duurder uit. Plaatsing op een plat dak is weer goedkoper, tenzij je de panelen op schuine dragers laat plaatsen, om meer energieopbrengsten te genereren.

Een ander heikel punt is de subsidieregeling zelf. De aanvraag en het jaarlijkse verzoek om een voorschot zorgen voor veel rompslomp.

Bij de start is onzeker of je überhaupt een tegemoetkoming krijgt. Het subsidiepotje van het rijk biedt ruimte aan ongeveer 7.000 huishoudens, terwijl navraag bij grote energiemaatschappijen leert dat de belangstelling veel groter is. Als de overheid haar budget niet verruimt, zullen veel gezinnen achter het net vissen.

Wie dat wil voorkomen, moet snel tot actie overgaan. De toewijzing geschiedt namelijk op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Als de belangstelling te groot blijkt, worden op de dag van overtekening de overblijvende plaatsen verloot onder de huishoudens die die dag hun aanvraag hebben ingediend.

Vind je dit te veel gedoe, dan kun je ook besluiten de techologische ontwikkelingen af te wachten.

De verwachting is dat zonnepanelen over enkele jaren meer energie zullen genereren en bovendien goedkoper zijn in aanschaf. Pas dan kunnen ze echt concurreren met de vervuilende stroom uit het stopcontact en leveren ze ook in de portemonnee echt wat op.