Wie zijn woning wil verkopen of verhuren moet vanaf volgend jaar laten zien welk energielabel de woning heeft. Het label heeft dezelfde vormgeving als de stickers die nu al op auto’s en wasmachines worden geplakt.

Idee is dat potentiële kopers in één oogopslag kunnen zien hoe energiezuinig het huis van hun keuze is. Een woning met een G-label is een grote energievreter, terwijl een A-tje is voorzien van driedubbelglas, een HR-ketel, tochtstrips en een uitstekende ventilatie.

De maatregel moet consumenten aanzetten tot energiebesparingen en zo de uitstoot van broeikasgassen terugdringen. Zeker nu de energieprijzen de pan uitrijzen, heeft de Nederlander daar wel oren naar, denkt het kabinet.

- Koper maalt er niet om

Tot zover de theorie. Of het in de praktijk werkt, is hoogst onzeker. Vooralsnog is er is onder huizenkopers weinig animo voor energiebesparing. Slechts dertig procent informeert bij de aankoop naar het energieverbruik van de nieuwe woning, zo becijferde de Vereniging Eigen Huis onlangs.

Enkele door Z24 geraadpleegde makelaars vermoeden dat dat percentage nog lager ligt. “Wij hebben nog nooit vragen over dit onderwerp gehad”, meldt een van hen.

De Vereniging Eigen Huis verwacht dat dat zal veranderen zodra het label gemeengoed is. Bij wasmachines gebeurde dat immers ook: daar geldt energieverbruik inmiddels als een van de belangrijkste keuzecriteria.

Maar de markt in witgoed is niet overspannen. De huizenmarkt is dat wel. Zal een verkoper van een energieslurpende jaren-dertigwoning echt 150 euro uitgeven voor een label als hij weet dat kopers staan te dringen? En gaat een koper om een labeltje zeuren als concurrenten hun bod al klaar hebben?

Via de rechter kan de kandidaat-koper een energiekeuring afdwingen, maar als het huis al binnen een week aan een ander is verkocht, is dat een wassen neus.

- Geen labelpolitie

Als kopers en verkopers onderling besluiten af te zien van een label, hangt hen geen sanctie boven het hoofd. Er komt geen labelpolitie; de markt moet het zelf regelen.

“Het achterliggende idee is dat verkopers het energielabel zullen aanvragen als hun huis energiezuinig is. Dat zorgt immers voor waardevermeerdering. Omgekeerd ben je als koper op je hoede als een huis geen energielabel heeft”, meldt een woordvoerder van het ministerie van VROM.

Heeft een woning wel een label, dan is het de vraag of je daar als koper echt wat aan hebt. Het label gaat vergezeld van een lijst met standaardmaatregelen om het energieverbruik in die woning te verlagen. Maar dit is geen maatwerk.

De advieslijst vermeldt bijvoorbeeld dat dubbel glas de energierekening kan laten slinken. Maar hoeveel glas nodig is, hoeveel dat gaat kosten en wanneer deze investering is terugverdiend, blijft gissen. Hiervoor is een zogeheten energieprestatieadvies nodig. Dikke kans dat de woningverkoper dit niet heeft laten opstellen, zodat je alsnog een adviseur moet laten voorrijden als je de kosten en baten in kaart wil brengen.

- Makelaar labelt

Tot slot vallen vraagtekens te plaatsen bij de objectiviteit van het energielabel. Voor de taxatie die nodig is om het label te verkrijgen, moet de verkoper een externe beoordelaar inschakelen. Om een label te mogen opstellen, moet iemand beschikken over een relevante installatietechnische, bouwtechnische of technische opleiding. Daarnaast dient de taxateur een cursus tot EPA-adviseur te hebben gevolgd.

Opmerkelijk is dat een makelaar hiervoor ook in aanmerking kan komen. Dat roept vragen op over de betrouwbaarheid van het advies. De verstrekte labels worden wel steekproefsgewijs gecontroleerd. Maar de verleiding voor een verkopende makelaar wordt toch wel heel groot om van een D'tje een nipte C te maken.

Al met al roept het energielabel veel vragen op. In een ontspannen en uniforme woningmarkt kan het werken. Maar zo zit de Nederlandse huizenmarkt niet in elkaar.